Dit is hoe het Stefan verging.
Hij vond zichzelf terug in een nieuwe omgeving. Wat ontbrak was de regelmaat. De deining van de wagons, en het regelmatig kloppen van de railskoppelingen onder de stalen wielen. Het duurde even voor zijn brein begreep wat zijn ogen zagen. Zijn wereld lag op zijn kop. En pas toen werd hij de pijn gewaar. Een allesomvattende pijn. Hij lag in een universum van pijn.
Toen besefte hij pas dat hij adem tekort kwam, omdat het laatste restje lucht in zijn longen was opgebruikt in een instinctieve, niet te weerhouden oerkreet. Als de eerste uithaal die uit hem geperst werd toen hij nog een baby was, en de vruchtwaterwarmte werd vervangen door kil neonlicht en de uit lange gangen aangewaaide ziekenhuislucht.
Hij zwaaide wild met zijn linkerarm en probeerde overeind te komen, en de pijn stak zo wild in zijn schouder dat hij lichtflitsen voor zijn ogen zag. Zijn rechterarm zat klem. Zijn hart bonsde in zijn hoofd. Zijn linkerhand greep naar de rechterschouder, en verdween onder water. Een moment dacht hij dat zijn hand verdween in een open, bloederige wond. Zijn hart stond stil. Maar toen zijn zenuwbanen zijn grote hersenen ervan hadden overtuigd dat zijn hand niet in warm, kleverig bloed, meer in koud water was verdwenen, was de kortsluiting van paniek voor even verdwenen uit zijn hoofd. Hij kon zijn hoofd net voldoende draaien om te zien hoe zijn arm bekneld werd. Hij werd omgeven door schaduwen van lichamen, door uiteengereten metaal, glassplinters en chaos. Hij lag met zijn rug op wat het plafond van de wagon was geweest, met de ingezakte vloer boven hem. Een set stoelen, die aan het naar binnen gevouwen onderstel van de trein was bevestigd, was zover naar beneden gebogen, dat het zijn bovenarm tegen de metalen panelen van het plafond had gepind. En op dat moment besefte hij dat zijn brein zijn rechterhand niet kon bereiken.
Hij probeerde een vuist te ballen, maar zijn onderarm, en zijn hand, zijn vingers, waren verdwenen achter het ondoordringbare gordijn van pijn. Er kwam geen signaal terug uit die mist. Hij was zijn arm verloren.
Hij was zich niet gewaar van de geluiden die tot hem door waren gedrongen, maar hij werd zich wel gewaar van de plotselinge stilte. Zijn oren waren onder water geraakt. Hij richtte zijn hoofd op. Het water steeg. Zijn linkerhand trok en duw aan de stoelen. Hij zag zijn witte knokkels. Hij schreeuwde opnieuw. Een doodskreet.
Zijn linkerhand ging als uit zichzelf op zoek naar zijn broekzakken. Diep in zijn rechterbroekzak, achter zijn sleutels en bedrijfspas, vonden zijn enig overgebleven duim en wijsvinger zijn zakmes.
Op het moment dat hij het zakmes voelde, kwam er een meewarige glimlach op zijn mond door alle pijn heen begreep hij dat een zakmes moeilijk open blijkt te maken als je maar een hand hebt, bij alle lessen en oefeningen die hij tijdens bhv kreeg, krijg je geen oefeningen zoals:
Probeer door enorme pijn heen rustig na te denken over hoe uit deze situatie te komen en stel je bent je rechterarm kwijt hoe maak je een zakmes open met alleen je overgebleven gehavende linkerhand, en trouwens ook al waren deze oefeningen er geweest, dan had hij waarschijnlijk toch niet goed opgelet, de reden dat hij zich toentertijd had opgegeven was maar voor één reden en voor één reden alleen, dat was zijn collega annemarlies, annemarlies was die collega, de ogenschijnlijk altijd vrolijke en extroverte is en hem altijd kon betoveren met een woord of gebaar, ze werkt voor en hoe kan het ook anders bij de afdeling HRM, sterker nog ze was waarschijnlijk de voornaamste reden dat hij hier ooit begonnen was, haar lippen spraken toen nog de gevleugelde woorden: Welkom bij “sprankel en Zn Zaadveredeling.” Welkom bij ons jonge dynamische bedrijf, niet dat hij dat toen volledig besefte, daar was hij te gefocust voor op haar licht roze lippen, die hem deden denken aan heel andere dingen dan werken, hoe vaak had hij die lippen niet al zacht aangeraakt met zijn tong en met zijn lippen het landschap van haar mond verkend, langzaam zou hij haar veroverd hebben totdat zei dezelfde verlangens zou hebben als hij die had gehad. Mooie zoete dromen..Dus toen op zijn kantoor de verantwoordelijke van kantoorwelzijn kwam met de vraag of er nog vrijwilligers waren voor de bhv, wist Stefan dit is mijn kans om dichterbij te komen, dichterbij de vrouw die al zovaak in bijna al zijn zoete, zwoele dromen voorkwam en waar hij tot nu toe nooit op af durfde te stappen, bang als hij was voor de waarheid dat ze totaal niet in hem geïnteresseerd zou zijn, in gedachte was hij al zo vaak afgewezen dat hij al helemaal verveeld was door de gedachte, hij was er echter niet aan begonnen, voor de afgehakte ledematen trainingen meer voor de mond op ……… Aaaarghhhh en fikse golf in het water bracht hem weer terug in de werkelijkheid die alleen nog maar bestond uit pijn, met zijn gesloten zakmes en knijpend met zijn ogen kon hij nog net zien waardoor de golven werden veroorzaakt, hij kon alleen nog maar uitbrengen: "Oh mijn god".
Probeer door enorme pijn heen rustig na te denken over hoe uit deze situatie te komen en stel je bent je rechterarm kwijt hoe maak je een zakmes open met alleen je overgebleven gehavende linkerhand, en trouwens ook al waren deze oefeningen er geweest, dan had hij waarschijnlijk toch niet goed opgelet, de reden dat hij zich toentertijd had opgegeven was maar voor één reden en voor één reden alleen, dat was zijn collega annemarlies, annemarlies was die collega, de ogenschijnlijk altijd vrolijke en extroverte is en hem altijd kon betoveren met een woord of gebaar, ze werkt voor en hoe kan het ook anders bij de afdeling HRM, sterker nog ze was waarschijnlijk de voornaamste reden dat hij hier ooit begonnen was, haar lippen spraken toen nog de gevleugelde woorden: Welkom bij “sprankel en Zn Zaadveredeling.” Welkom bij ons jonge dynamische bedrijf, niet dat hij dat toen volledig besefte, daar was hij te gefocust voor op haar licht roze lippen, die hem deden denken aan heel andere dingen dan werken, hoe vaak had hij die lippen niet al zacht aangeraakt met zijn tong en met zijn lippen het landschap van haar mond verkend, langzaam zou hij haar veroverd hebben totdat zei dezelfde verlangens zou hebben als hij die had gehad. Mooie zoete dromen..Dus toen op zijn kantoor de verantwoordelijke van kantoorwelzijn kwam met de vraag of er nog vrijwilligers waren voor de bhv, wist Stefan dit is mijn kans om dichterbij te komen, dichterbij de vrouw die al zovaak in bijna al zijn zoete, zwoele dromen voorkwam en waar hij tot nu toe nooit op af durfde te stappen, bang als hij was voor de waarheid dat ze totaal niet in hem geïnteresseerd zou zijn, in gedachte was hij al zo vaak afgewezen dat hij al helemaal verveeld was door de gedachte, hij was er echter niet aan begonnen, voor de afgehakte ledematen trainingen meer voor de mond op ……… Aaaarghhhh en fikse golf in het water bracht hem weer terug in de werkelijkheid die alleen nog maar bestond uit pijn, met zijn gesloten zakmes en knijpend met zijn ogen kon hij nog net zien waardoor de golven werden veroorzaakt, hij kon alleen nog maar uitbrengen: "Oh mijn god".
Hij had, door een scheur in de treinwagon, een vrij uitzicht over de polder. Of wat eens de polder was geweest. De polder stond blank. De laagstaande zon wierp een bronzen gloed over de uitgestrekte watermassa.
Hij wist direct wat er was gebeurd. Hij was een kind van de polder. Hij was opgegroeid in het besef dat hij meters onder de zeespiegel woonde. Een vanzelfsprekendheid.
Maar nu? Niets sprak nog voor zichzelf.
"Tijd voor actie, Rambo", beet hij zichzelf toe.
Hij wrikte het zakmes open met zijn tanden en zette het gedecideerd in zijn rechterarm.
Dit is hoe het Petra verging.
“Sorry dat ik je onderweg bel...”
“Dat is ok, beste Ed, dat geeft niks.”
“Wat ik me afvroeg was het volgende. Zit je wel eens op het internet?”
“Zelden. Ik doe alles nog met teletekst”
“OK. Geestig. Punt is, collega Eline Greefhorst schrijft over de ‘wijzigingsnota bijstand’ op haar blog, dat evictie wettelijk gaat worden toegestaan. “
“You’re kidding!” Petra vloekte binnensmonds.
Ed vervolgde stoicijns : “Ze schrijft dat bijstandsouders die zichzelf in een kleiner huishouden vinden, straks uit hun huis gezet kunnen worden als er in dezelfde gemeente een redelijk en voordeliger onderkomen is te vinden.”
“Ik neem ontslag. Werkelijk waar.” zei Petra. Ed was zo'n opmerking wel gewend, en vervolgde : “Tsja. Het ontslag van onze fractievoorzitster is een manier om de aandacht van de pers er van af te leiden, maar ik denk dat we met iets beters moeten komen. Eline zal dit terug moeten draaien, met dit gebrek aan... ehrm..”
“Juistheid?” vulde Petra bereidwillend aan.
Ed stemde weifelend in. “Zoiets ja. Hoewel juistheidsgebrek geen woord is.“
Petra schudde met haar hoofd. Het was kwart over zeven ’s avonds, en haar werkdag was net opnieuw begonnen. Ze grijnsde naar zichzelf in de achteruitkijkspiegel. Ze voelde zich op de top van haar kunnen, en het aftellen was al begonnen. Negen jaar verwijderd van haar pensioen.
“Ik heb wel eens horen zeggen dat het gebrek aan feiten een groot probleem is op het internet. Hoe serieus nemen we dit?”
“De staatsecretaris van sociale zaken publiceert zelfverzonnen beleid onder een opmerking over een kabinetsnota? Petra, we nemen dit serieus. Er is deze week geen ander onderwerp dan dit.”
“Fuck!”
Petra’s voet stampte op het rempedaal, maar kon niet voorkomen dat ze tegen haar voorligger tot stilstand kwam. Haar gordel spande zich om haar schouder. Haar airbag bleef in het stuur verborgen. Ze klipte haar alarmlichten aan, en wierp een blik in haar achteruitkijkspiegel. Haar achterligger had voldoende afstand gehouden, en stond geruststellend knipperend op een vier, vijf meter achter haar.
Rechts naast haar schoot een zwarte auto haar voorbij, die schuinsweg de vangrail schampte, een vonkenregen achterliet, en zich toen met een ferme klap onder de achterkant van een vrachtwagen boorde. “Fuck!” Ze veegde haar sluike grijze haar van haar voorhoofd, en haar ogen dwaalde terug naar haar zijraam. Haar mond viel open. De adrenaline verspreidde een tintelende gloed door haar bovenlichaam, en haar handen omklemden het stuur. Ze schrok op. Ed zijn stem kraakte door de carkit.
“Wat was dat? Ik bedoel... mijn punt is, Petra, de pers heeft dat verhaal al lang al! We moeten een strategie bepalen om de schade te beperken.”
“Ik denk dat de pers vanavond iets anders heeft.”
“Hoezo?”
“Ik bel je terug.” Ze verbrak de verbinding. Drukte op de touchscreen button van haar telefoon waarachter het alarmnummer stond. Geen verbinding.
Ze keek nog eens achter zich. De rechterrijbaan was vrij, en ze opende haar portier. Ze liep over de weg, stapte over de vangrail. Haar schoenen liepen vol water. Ze waadde, zwaar ademend, op de achterste wagon af. De achterste wagon was de wagon die over de kop geslagen naast de spoorbaan was geraakt, en waar het water door de scheuren in het metaal en door de gebroken ramen door naar binnen begon te lopen.
Het was de wagon waarin Stefan bezig was de schamele resten van zijn rechterarm te amputeren met een zakmes.
Ze keek uit over de watervlakte, over de de spoorbaan langs de weg, die nog boven het water uit stak. De trein lag gescheurd, uiteen gereten, deels opgevouwen, omhoog gebogen, over het spoor.
Ze probeerde zch statistieken te herinneren. Drie meter in vierentwintig uur, stond haar bij. Drie meter in vierentwintig uur. Een krantenartikel? Een ‘internetfeit’? Een rampenplan? Drie meter in vierentwintig uur. Het aftellen was al begonnen.
Hij wist direct wat er was gebeurd. Hij was een kind van de polder. Hij was opgegroeid in het besef dat hij meters onder de zeespiegel woonde. Een vanzelfsprekendheid.
Maar nu? Niets sprak nog voor zichzelf.
"Tijd voor actie, Rambo", beet hij zichzelf toe.
Hij wrikte het zakmes open met zijn tanden en zette het gedecideerd in zijn rechterarm.
Dit is hoe het Petra verging.
“Sorry dat ik je onderweg bel...”
“Dat is ok, beste Ed, dat geeft niks.”
“Wat ik me afvroeg was het volgende. Zit je wel eens op het internet?”
“Zelden. Ik doe alles nog met teletekst”
“OK. Geestig. Punt is, collega Eline Greefhorst schrijft over de ‘wijzigingsnota bijstand’ op haar blog, dat evictie wettelijk gaat worden toegestaan. “
“You’re kidding!” Petra vloekte binnensmonds.
Ed vervolgde stoicijns : “Ze schrijft dat bijstandsouders die zichzelf in een kleiner huishouden vinden, straks uit hun huis gezet kunnen worden als er in dezelfde gemeente een redelijk en voordeliger onderkomen is te vinden.”
“Ik neem ontslag. Werkelijk waar.” zei Petra. Ed was zo'n opmerking wel gewend, en vervolgde : “Tsja. Het ontslag van onze fractievoorzitster is een manier om de aandacht van de pers er van af te leiden, maar ik denk dat we met iets beters moeten komen. Eline zal dit terug moeten draaien, met dit gebrek aan... ehrm..”
“Juistheid?” vulde Petra bereidwillend aan.
Ed stemde weifelend in. “Zoiets ja. Hoewel juistheidsgebrek geen woord is.“
Petra schudde met haar hoofd. Het was kwart over zeven ’s avonds, en haar werkdag was net opnieuw begonnen. Ze grijnsde naar zichzelf in de achteruitkijkspiegel. Ze voelde zich op de top van haar kunnen, en het aftellen was al begonnen. Negen jaar verwijderd van haar pensioen.
“Ik heb wel eens horen zeggen dat het gebrek aan feiten een groot probleem is op het internet. Hoe serieus nemen we dit?”
“De staatsecretaris van sociale zaken publiceert zelfverzonnen beleid onder een opmerking over een kabinetsnota? Petra, we nemen dit serieus. Er is deze week geen ander onderwerp dan dit.”
“Fuck!”
Petra’s voet stampte op het rempedaal, maar kon niet voorkomen dat ze tegen haar voorligger tot stilstand kwam. Haar gordel spande zich om haar schouder. Haar airbag bleef in het stuur verborgen. Ze klipte haar alarmlichten aan, en wierp een blik in haar achteruitkijkspiegel. Haar achterligger had voldoende afstand gehouden, en stond geruststellend knipperend op een vier, vijf meter achter haar.
Rechts naast haar schoot een zwarte auto haar voorbij, die schuinsweg de vangrail schampte, een vonkenregen achterliet, en zich toen met een ferme klap onder de achterkant van een vrachtwagen boorde. “Fuck!” Ze veegde haar sluike grijze haar van haar voorhoofd, en haar ogen dwaalde terug naar haar zijraam. Haar mond viel open. De adrenaline verspreidde een tintelende gloed door haar bovenlichaam, en haar handen omklemden het stuur. Ze schrok op. Ed zijn stem kraakte door de carkit.
“Wat was dat? Ik bedoel... mijn punt is, Petra, de pers heeft dat verhaal al lang al! We moeten een strategie bepalen om de schade te beperken.”
“Ik denk dat de pers vanavond iets anders heeft.”
“Hoezo?”
“Ik bel je terug.” Ze verbrak de verbinding. Drukte op de touchscreen button van haar telefoon waarachter het alarmnummer stond. Geen verbinding.
Ze keek nog eens achter zich. De rechterrijbaan was vrij, en ze opende haar portier. Ze liep over de weg, stapte over de vangrail. Haar schoenen liepen vol water. Ze waadde, zwaar ademend, op de achterste wagon af. De achterste wagon was de wagon die over de kop geslagen naast de spoorbaan was geraakt, en waar het water door de scheuren in het metaal en door de gebroken ramen door naar binnen begon te lopen.
Het was de wagon waarin Stefan bezig was de schamele resten van zijn rechterarm te amputeren met een zakmes.
Ze keek uit over de watervlakte, over de de spoorbaan langs de weg, die nog boven het water uit stak. De trein lag gescheurd, uiteen gereten, deels opgevouwen, omhoog gebogen, over het spoor.
Ze probeerde zch statistieken te herinneren. Drie meter in vierentwintig uur, stond haar bij. Drie meter in vierentwintig uur. Een krantenartikel? Een ‘internetfeit’? Een rampenplan? Drie meter in vierentwintig uur. Het aftellen was al begonnen.
Echter dit was noch een Internetfeit noch één waardeloos kranten artikel, ze werd hard in de realiteit getrokken toen ze het keiharde en schrille gegil hoorde van een man leek te sterven en in doodsangst leek te zijn, toen ze richting het treinwrak keek zag ze nog net een arm die voor de laatste keer boven de waterspiegel uitkwam, met daarin iets glinsterends, het was pas nu in de schemering dat het tot haar doordrong dat in deze ramp van ongekende omvang er nog een paar kleinere ongelukken aan het afspelen waren, al de zorgen over ambtenaren en publieke miskleunen waren ineens vergeten, de natte schoenen de auto die gebotst was en ravage van de trein leken op eerst haar brein in slow motion te zetten elk moment leek een uur te duren, de druk gebarende vrachtwagenchauffeur, de verontwaardigde chauffeur van de zwarte sedan die nog in de vrachtwagen geboord zat het was pas toen ze de helikopter rotoren hoorde dat ze weer bij haar positieve kwam en de kou om haar voeten voelde, ze begon nu op instinct te draaien en rende het talud af richting wagon, echter door al het water was het zo glibberig geworden dat ze zich niet staande kon houden, en daar ging ze gleed het talud af richting trein, echter ging ze met haar gezicht plat in het water, ze proefde iets wat haar de rillingen gaf, ze wist dat dit betekende dat het echt GOED fout zit, dit water proefde niet naar het zoete/brakke polder water maar, naar het zilte zoute water, nu was de poep echt aan, het betekende dat de zeedijk was doorgebroken, er was echter weinig tijd meer, althans dat nam ze aan en haar intuïtie bedroog haar niet nu, ze stond op en ze waadde opnieuw richting wagon van Stefan, ze greep snel en effectief naar haar telefoon om 112 te bellen en de lokatie door te geven, ook al was de kans klein dat ze deze rampplek kon bereiken, ze was nu heel dichtbij bij Stefan..
Tring du de lie dom dom ....

De telefoon ging al voor de 12e keer vandaag .. Het begon tot haar door te dringen dat het proef ballonnetje wat ze had opgelaten in haar blog (wat toch niemand las, ja DUH... ), het valt kennelijk niet mee om een publiekelijk figuur te zijn en dan ook nog af en toe iets te experimenteren, je denkt ach het is een leuk idee ik zou het eens op papier moeten zetten, maar in dit soort functies is dat echt onmogelijk, alles moet in principe onder de pet blijven, toen ze gevraagd werd voor deze functie dacht ze alleen aan de roem en de eer de bankets, ze wist zeker dat ze zo de goedkeuring van haar sociale omgeving kon dragen en natuurlijk zou ze het ook financieel goed voor elkaar hebben, verder leek de functie in deze sociale serene tijd, in dit deel van de wereld echt te gemakkelijk en echt een eitje zogezegd, echter op avonden als dit vraagt ze zich toch altijd weer af hoe ze het altijd zo moeilijk kan maken voor zichzelf, maar ja soms wil ze gewoon te graag iets goed doen en dan probeert ze haar collega's met slechte ideeën te forceren haar plannen te omarmen en haar te zien als de supervrouw die alle problemen van dit land kan oplossen, ook al is ze vaak wel sterk genoeg dingen in een reëelIer daglicht te zien, soms heeft ze, zelfs als academica; sociale wetenschappen, haar opwellingen die wat kinderachtige en te samen met haar van nature wat spontane aard,
Tring du de lie dom dom ....
De telefoon ging al voor de 12e keer vandaag .. Het begon tot haar door te dringen dat het proef ballonnetje wat ze had opgelaten in haar blog (wat toch niemand las, ja DUH... ), het valt kennelijk niet mee om een publiekelijk figuur te zijn en dan ook nog af en toe iets te experimenteren, je denkt ach het is een leuk idee ik zou het eens op papier moeten zetten, maar in dit soort functies is dat echt onmogelijk, alles moet in principe onder de pet blijven, toen ze gevraagd werd voor deze functie dacht ze alleen aan de roem en de eer de bankets, ze wist zeker dat ze zo de goedkeuring van haar sociale omgeving kon dragen en natuurlijk zou ze het ook financieel goed voor elkaar hebben, verder leek de functie in deze sociale serene tijd, in dit deel van de wereld echt te gemakkelijk en echt een eitje zogezegd, echter op avonden als dit vraagt ze zich toch altijd weer af hoe ze het altijd zo moeilijk kan maken voor zichzelf, maar ja soms wil ze gewoon te graag iets goed doen en dan probeert ze haar collega's met slechte ideeën te forceren haar plannen te omarmen en haar te zien als de supervrouw die alle problemen van dit land kan oplossen, ook al is ze vaak wel sterk genoeg dingen in een reëelIer daglicht te zien, soms heeft ze, zelfs als academica; sociale wetenschappen, haar opwellingen die wat kinderachtige en te samen met haar van nature wat spontane aard,
haar altijd in tweestrijd dan wel vreselijke problemen brengt, natuurlijk leer je op de universiteit dat je altijd rationeel moet handelen en ook tijdens haar politieke loopbaan heeft ze vaak genoeg de kant gekozen van het rationele wel doordachte tot vervelends toe uitgekauwde door ambtenaren al helemaal tot pulp uitgepoepte plannen ideeën en speeches, maar het bloed kruipt vooral daar waar het niet heen kan en zo nu en dan moet ze haar frivole, spontane kant wat ruimte geven en iets ondoordacht doen, alleen brengen deze opwellingen eigenlijkalleen maar opschudding en een hoop onrust, Ze neemt de telefoon deze keer maar wel op en ze hoort een totaal buiten zichzelf zijnde persvoorlichter... Eline heb je televisie al aangedaan, "uhm.. neee ": antwoord ze nog best wel rustig... Ze loopt naar de nieuwe plasma televisie en knipt hem aan met deze nieuwe technologische touch buttons, het had op zich niet uitgemaakt op welk kanaal ze hem zou hebben gezet want het hele land was in rep en roer, de beelden waren te zien over het gehele scala van televisie stations dat ons land tegenwoordig rijk is, 1957 heeft zich herhaald, toen een groot deel van Nederland was onder water gelopen toen ze inschakelde was een Pershelikopter net over een stuk weiland aan het vliegen met een verwoestte trein, "nee dat kan niet" : dacht Eline, "dat kan toch echt niet", ze liep richting het scherm en drukte haar neus tegen het toch al zo grote scherm, paniek begin zich nu van haar meester te maken, hier had ze toch verdomme geen makkelijk baantje voor gekozen, dit mocht niet waar zijn.....
“Dit is ten oosten van Noordwijk.” Zei de commentaar stem achter de beelden. Eline trok haar hoofd terug van het scherm. “Het verkeer op de provinciale weg langs het spoor is tot stilstand gekomen.”
De helikopterbeelden bleven steken bij de ontspoorde trein, tot de helikopter een brede cirkel maakte, en de camera een zwenking maakte, over de ondergelopen polder. De audio uit de helikopter was tot in de achtergrond weggedrukt. Op de voorgrond van het geluid werd er gefluisterd, kort gehoest, en met papier gerommeld. Een banner onder in beeld sprak over een dijkdoorbraak. Eline hield de telefoon weer aan haar oor. “Ed, over welke dijk hebben ze het?” vroeg Eline. Haar stem was schor, afgeknepen. “Ed?” Maar Ed had de verbinding al verbroken.
Ze richtte zich op. “Joris!” riep ze. Haar man kwam in de deuropening van de keuken staan, hij had een dampende wokpan in zijn handen. Toen hij haar zag, sprakeloos frommelend met de telefoon in haar trillende handen, en met haar bleke gezicht aan het televisiebeeld gekluisterd, schroefde hij zijn wenkbrauwen in een vraagteken omhoog. Zijn blik dwaalde met de hare mee, naar de televisie. “Het rampgebied lijkt zich uit te strekken tot Noordwijkerhout, maar naar verluid is Noordwijk zelf het zwaarst getroffen. Over de ernst van de situatie in Noordwijk, of over slachtoffers is verder nog niets bekend. Wij zoeken contact, maar u zult begrijpen dat het telefoonverkeer danig onder druk staat, in de regio.” Joris draaide zich om, plaaste de pan terug op een snijplank op het aanrecht, liep terug de woonkamer in, en sloot Eline zwijgend in zijn armen. “Ze hebben het over een dijkdoorbraak.” Fluisterde Eline hees in zijn oor. Ze voelde Joris zijn hoofd schudden. “Dat klopt volgens mij niet. Het is duingebied. Waterleidingsduinen.” Joris draaide zich naar de televisie, en sloeg een arm om Eline’s schouder. Hij vervolgde ; “Het klopt allemaal niet. Een doodrustige dag. En het is geen springvloed, zoals in 1953.” Eline keek schuin omhoog, peinzend. “Was dat niet in 1957?” vroeg ze zich hardop af. Joris keek haar glimlached aan. “Nee schat. Het was de eerste februari 1953, met een noordwesterstorm en springvloed.”
Dit soort schoolmeestermomenten deed Eline zich soms erg onvolwassen bij hem voelen. Maar in feite was ze dat ook. Hij was bijna vijftien jaar ouder dan zij.
Hij had een al een vol leven geleid voordat hij Eline had ontmoet. Hij was twintig jaar eerder getrouwd geweest met een Malinese vrouw. Mariama Kouyate. Zij had hem zijn enige zoon, Justin Greefhorst, geschonken, en het was vooral zijn vrouw geweest die hem op weg had geholpen. Goed op weg geholpen. Justin was Simon’s trots.
Simon’s trots studeerde, zonder veel overtuiging, biomedische wetenschappen in het noorden van het land. Simon’s trots dronk meer bier dan Simon ooit goed zou vinden, en Simon’s trots zijn hypothalamus was aan het krimpen, door het roken van een boventallig aantal joints, gedraaid van de door Simon’s trots zelf gekweekte wiet.
Mariama was een sterke vrouw. Dat was een van de redenen dat Joris zo van Mariama hield, en Mariama wist dat.
Dus toen Mariama begon te klagen over haar steeds terugkerende hoofdpijn was het gezwel in haar linkerhersenhelft al zo groot als een mineola. Drie weken later was ze overleden.
Joris had daarop meer oog gekregen voor de wat minder sterke vrouwen. Eline was, zonder twijfel, een wat minder sterke vrouw. Dat was een van de redenen dat Joris zo van Eline hield, en Eline wist dat.
Joris voelde Eline onder zijn arm wegdraaien, en hoorde haar zeggen ; “Ik weet niet eens of Petra het wel weet.” Eline zette zich op de veel te dure tweezitsbank van rood leer en strak zweeds design, en bladerde op haar telefoon naar de naam van de voorzitster van haar partij. Joris liep terug naaar de keuken en zei ; “Ed zal haar toch wel gebeld hebben?” Eline bracht de telefoon bij haar oor. “Ik zal er wel niet doorheen komen. Maar zowel, dan heb ik zowiezo excuses te maken...”
De helikopterbeelden bleven steken bij de ontspoorde trein, tot de helikopter een brede cirkel maakte, en de camera een zwenking maakte, over de ondergelopen polder. De audio uit de helikopter was tot in de achtergrond weggedrukt. Op de voorgrond van het geluid werd er gefluisterd, kort gehoest, en met papier gerommeld. Een banner onder in beeld sprak over een dijkdoorbraak. Eline hield de telefoon weer aan haar oor. “Ed, over welke dijk hebben ze het?” vroeg Eline. Haar stem was schor, afgeknepen. “Ed?” Maar Ed had de verbinding al verbroken.
Ze richtte zich op. “Joris!” riep ze. Haar man kwam in de deuropening van de keuken staan, hij had een dampende wokpan in zijn handen. Toen hij haar zag, sprakeloos frommelend met de telefoon in haar trillende handen, en met haar bleke gezicht aan het televisiebeeld gekluisterd, schroefde hij zijn wenkbrauwen in een vraagteken omhoog. Zijn blik dwaalde met de hare mee, naar de televisie. “Het rampgebied lijkt zich uit te strekken tot Noordwijkerhout, maar naar verluid is Noordwijk zelf het zwaarst getroffen. Over de ernst van de situatie in Noordwijk, of over slachtoffers is verder nog niets bekend. Wij zoeken contact, maar u zult begrijpen dat het telefoonverkeer danig onder druk staat, in de regio.” Joris draaide zich om, plaaste de pan terug op een snijplank op het aanrecht, liep terug de woonkamer in, en sloot Eline zwijgend in zijn armen. “Ze hebben het over een dijkdoorbraak.” Fluisterde Eline hees in zijn oor. Ze voelde Joris zijn hoofd schudden. “Dat klopt volgens mij niet. Het is duingebied. Waterleidingsduinen.” Joris draaide zich naar de televisie, en sloeg een arm om Eline’s schouder. Hij vervolgde ; “Het klopt allemaal niet. Een doodrustige dag. En het is geen springvloed, zoals in 1953.” Eline keek schuin omhoog, peinzend. “Was dat niet in 1957?” vroeg ze zich hardop af. Joris keek haar glimlached aan. “Nee schat. Het was de eerste februari 1953, met een noordwesterstorm en springvloed.”
Dit soort schoolmeestermomenten deed Eline zich soms erg onvolwassen bij hem voelen. Maar in feite was ze dat ook. Hij was bijna vijftien jaar ouder dan zij.
Hij had een al een vol leven geleid voordat hij Eline had ontmoet. Hij was twintig jaar eerder getrouwd geweest met een Malinese vrouw. Mariama Kouyate. Zij had hem zijn enige zoon, Justin Greefhorst, geschonken, en het was vooral zijn vrouw geweest die hem op weg had geholpen. Goed op weg geholpen. Justin was Simon’s trots.
Simon’s trots studeerde, zonder veel overtuiging, biomedische wetenschappen in het noorden van het land. Simon’s trots dronk meer bier dan Simon ooit goed zou vinden, en Simon’s trots zijn hypothalamus was aan het krimpen, door het roken van een boventallig aantal joints, gedraaid van de door Simon’s trots zelf gekweekte wiet.
Mariama was een sterke vrouw. Dat was een van de redenen dat Joris zo van Mariama hield, en Mariama wist dat.
Dus toen Mariama begon te klagen over haar steeds terugkerende hoofdpijn was het gezwel in haar linkerhersenhelft al zo groot als een mineola. Drie weken later was ze overleden.
Joris had daarop meer oog gekregen voor de wat minder sterke vrouwen. Eline was, zonder twijfel, een wat minder sterke vrouw. Dat was een van de redenen dat Joris zo van Eline hield, en Eline wist dat.
Joris voelde Eline onder zijn arm wegdraaien, en hoorde haar zeggen ; “Ik weet niet eens of Petra het wel weet.” Eline zette zich op de veel te dure tweezitsbank van rood leer en strak zweeds design, en bladerde op haar telefoon naar de naam van de voorzitster van haar partij. Joris liep terug naaar de keuken en zei ; “Ed zal haar toch wel gebeld hebben?” Eline bracht de telefoon bij haar oor. “Ik zal er wel niet doorheen komen. Maar zowel, dan heb ik zowiezo excuses te maken...”
Stefan had al de clichés van een stervend persoon al meegemaakt, de adrenaline injectie, de onbeschrijfelijke paniek en hij had zijn gehele leven aan zich voorbij zien trekken, zijn jeugd zijn studie en zijn eerste liefde, zijn laatste baan bij de zaadveredeling, waarbij hij veel gereisd had op zoek naar meer diversiteit in de Nederlandse en Vlaamse landbouw.
Hij was pas halverwege het amputeren van zijn arm toen het water hem al letterlijk tot aan de lippen kwam met één laatste ijzingwekkende gil verspilde hij zijn laatste beetje energie, net op dat moment kwam Petra aangerend bij het treinstel, ze klom op het treinstel en zag dat het water rood gekleurd was, in minder dan een moment doorzag ze de situatie, dit hoorde ook bij haar werk natuurlijk waar de ontwikkelingen zich soms in korte tijd zeer snel opvolgde. Ze pakt een pvc buis die door de ravage ruim voorhanden is (alwaar het veel gebruikt is voor de leidingen van het licht in treinen) en duwde die zo snel mogelijk in de mond van Stefan, die ze nog niet herkend had overigens, door de pvc-buis had hij weer de mogelijkheid om te ademen, hij was er nog niet uit of hij blij moest zijn met deze redding in de luttele seconde die had gehad om zich te verzoenen met zijn dood was er weinig conflicten meer geweest hij was dan wel nog niet zo oud maar hij had het idee dat hij alles wel gezien en meegemaakt heeft. Ook had hij geen gezin of partner om naar terug te keren.
Ze dook onder water om te kijken naar het arm, ze kon niet zien dat ie al voor een deel doorgesneden was door het slachtoffer zelf, maar ze zag hem wel krap zitten tussen een losgeslagen passagiersbank, wonderwel kostte het haar weinig moeite zijn arm te bevrijden, Stefan voelde het niet eens vandaar dat ze hem naar boven drukte tot hij weer met zijn hoofd boven water kwam, dit was het moment dat Stefan buiten westen raakte, ze kwam boven met Stefan in haar armen, en probeerde uit alle macht contact te krijgen met de helikopter, dit leek weliswaar zomaar te lukken. De helikopter moest alleen een plaats kunnen vinden om te landen, de enige plaats waar het nog mogelijk is, is op de snelweg, ze kon er niet op wachten, ze begon met het afbinden van de rechterarm ter hoogte van de bovenarm. De helikopter had de landing nu ingezet.
Irene van Greefhorst kreeg alleen maar de in-gespreks toon als ze probeerde te bellen naar Petra, ze had behoorlijk de kolere in nu, ze begon zich ook flink zorgen te maken nu, het was toch echt haar schuld dat ze met dit weer en met al deze ellende de weg op moest om haar .. nou ja...
`
Hij was pas halverwege het amputeren van zijn arm toen het water hem al letterlijk tot aan de lippen kwam met één laatste ijzingwekkende gil verspilde hij zijn laatste beetje energie, net op dat moment kwam Petra aangerend bij het treinstel, ze klom op het treinstel en zag dat het water rood gekleurd was, in minder dan een moment doorzag ze de situatie, dit hoorde ook bij haar werk natuurlijk waar de ontwikkelingen zich soms in korte tijd zeer snel opvolgde. Ze pakt een pvc buis die door de ravage ruim voorhanden is (alwaar het veel gebruikt is voor de leidingen van het licht in treinen) en duwde die zo snel mogelijk in de mond van Stefan, die ze nog niet herkend had overigens, door de pvc-buis had hij weer de mogelijkheid om te ademen, hij was er nog niet uit of hij blij moest zijn met deze redding in de luttele seconde die had gehad om zich te verzoenen met zijn dood was er weinig conflicten meer geweest hij was dan wel nog niet zo oud maar hij had het idee dat hij alles wel gezien en meegemaakt heeft. Ook had hij geen gezin of partner om naar terug te keren.
Ze dook onder water om te kijken naar het arm, ze kon niet zien dat ie al voor een deel doorgesneden was door het slachtoffer zelf, maar ze zag hem wel krap zitten tussen een losgeslagen passagiersbank, wonderwel kostte het haar weinig moeite zijn arm te bevrijden, Stefan voelde het niet eens vandaar dat ze hem naar boven drukte tot hij weer met zijn hoofd boven water kwam, dit was het moment dat Stefan buiten westen raakte, ze kwam boven met Stefan in haar armen, en probeerde uit alle macht contact te krijgen met de helikopter, dit leek weliswaar zomaar te lukken. De helikopter moest alleen een plaats kunnen vinden om te landen, de enige plaats waar het nog mogelijk is, is op de snelweg, ze kon er niet op wachten, ze begon met het afbinden van de rechterarm ter hoogte van de bovenarm. De helikopter had de landing nu ingezet.
Irene van Greefhorst kreeg alleen maar de in-gespreks toon als ze probeerde te bellen naar Petra, ze had behoorlijk de kolere in nu, ze begon zich ook flink zorgen te maken nu, het was toch echt haar schuld dat ze met dit weer en met al deze ellende de weg op moest om haar .. nou ja...
`
Joris stak zijn hoofd door de op een kier geopende keukendeur. “Dek jij de tafel even?”, vroeg hij aan Eline. Hij had een rood hoofd gekregen van het boven het gasstel hangen. Om te kijken of de gamba’s al de gewenste kleur hadden gekregen, en de wokgroenten naar verwachting slinkten en gaarden... “Ik moet weg.” Zei Eline, de telefoon in haar broekzak proppend. Joris fronstte. “Wat? Waar wou je heen?” Eline richtte zich op van de bank, en gaf de telefoon een laatste zetje, en gaf twee klopjes op haar broekzak. “De Koloniën.” Zei ze.
‘De Koloniën’ was de koosnaam in huize Greefhorst voor de verzameling krappe en kale kantoren die huisden in het pand tegenover het torentje waar de Minister President zijn werkkamer had. In die kantoren huisden de fracties van de tweede kamer. Het was de plek om te achterhalen waar Petra zich bevond. Ed was daar. Ed was daar altijd, zo leek het.
Die koosnaam had zijn oorsprong. In vroeger tijden huisden in het pand tegenover het torentje het ministerie van Koloniën. Dat was het ministerie waar de gruwelijke en georganiseerde uitbuiting van volksstammen in verre landen in ambtelijke kaders werd geplaatst. Waar wetten en regels werden verzonnen om dingen die krom waren recht te praten.
Dat waren dingen die door hard werkende patriotten werden gedaan.
Maar patriottisme was inmidels niet meer wat het toen was.
Petra, Eline, Joris, Stefan, Anne Marlies, ze voelden geen enkele vorm van trots voor hoe netjes hun land de uitbuiting van vreemde volkeren toen hadden georganiseerd.
Joris liep de kamer in, en bleef voor Eline staan, zijn handen op zijn heupen. “Wat wou je in Den Haag bereiken? En ..” Joris wees op de televisie. “..hoe wou je er komen?” Joris keek haar vorsend aan. Eline haar ogen waren op het beeldscherm gericht. “Laat maar.” Zei ze. Joris volgde haar blik, en zag de fractievoorzitster van de grootste kamerfractie van het land tot haar enkels in het water op een camera aflopen. Een schijnbaar levenloos lichaam meetorsend. Eline vloekte. Haar stem brak. Joris en Eline zette zich op de zweedse tweezitter. Joris schroefde het volume van de televisie op. Hij besefte nog niet dat de grote garnalen, knisperend in met knoflook verrijkte olie, hun gewenste kleur inmiddels voorbij waren.
Petra had muziek van Mozart in haar hoofd spelen. Dat was volledig misplaatst, althans dat vond ze zelf. Een veel te uitbundige melodie gezien de omstandigheden.
Dit waren de omstandigheden; ze stond tot haar enkels in koud water, onzichtbare zompige modder zoog aan haar schoenen, en een lijkbleke, tengere jongeman, met één van zijn armen wat amateuristisch afgebonden met de draagband van een laptoptas, lag naar haar idee te sterven in haar armen. Met iedere stap die ze zette was er de angst om weg te glijden of weg te zinken, de angst om te vallen.
Maar ondanks dat had een volledig imaginair kamermuziekensemble zich aan het triomfantelijke eerste deel van het eerste hoornconcert van Mozart gezet.
De imaginaire hoorn zou net invallen voor zijn partij, toen twee ziekenbroeders, die over de vangrail waren gesprongen, het lichaam van Stefan van haar overnamen. Ze wankelde even. Ze bleef voorover gebogen staan. Ze wreef een pluk weerbarstig haar terug achter haar rechteroor. Ze liet daarbij een veeg kleverig bloed op haar voorhoofd achter. Zich niet bewust van de camera, zich niet bewust van de collone van dienstverleners, die met zwaailichten en loeiende sirenes bezit namen van de vluchtstrook, draaide ze zich weer om, en waadde door het stijgende water terug naar de chaos van verwrongen metaal.
‘De Koloniën’ was de koosnaam in huize Greefhorst voor de verzameling krappe en kale kantoren die huisden in het pand tegenover het torentje waar de Minister President zijn werkkamer had. In die kantoren huisden de fracties van de tweede kamer. Het was de plek om te achterhalen waar Petra zich bevond. Ed was daar. Ed was daar altijd, zo leek het.
Die koosnaam had zijn oorsprong. In vroeger tijden huisden in het pand tegenover het torentje het ministerie van Koloniën. Dat was het ministerie waar de gruwelijke en georganiseerde uitbuiting van volksstammen in verre landen in ambtelijke kaders werd geplaatst. Waar wetten en regels werden verzonnen om dingen die krom waren recht te praten.
Dat waren dingen die door hard werkende patriotten werden gedaan.
Maar patriottisme was inmidels niet meer wat het toen was.
Petra, Eline, Joris, Stefan, Anne Marlies, ze voelden geen enkele vorm van trots voor hoe netjes hun land de uitbuiting van vreemde volkeren toen hadden georganiseerd.
Joris liep de kamer in, en bleef voor Eline staan, zijn handen op zijn heupen. “Wat wou je in Den Haag bereiken? En ..” Joris wees op de televisie. “..hoe wou je er komen?” Joris keek haar vorsend aan. Eline haar ogen waren op het beeldscherm gericht. “Laat maar.” Zei ze. Joris volgde haar blik, en zag de fractievoorzitster van de grootste kamerfractie van het land tot haar enkels in het water op een camera aflopen. Een schijnbaar levenloos lichaam meetorsend. Eline vloekte. Haar stem brak. Joris en Eline zette zich op de zweedse tweezitter. Joris schroefde het volume van de televisie op. Hij besefte nog niet dat de grote garnalen, knisperend in met knoflook verrijkte olie, hun gewenste kleur inmiddels voorbij waren.
Petra had muziek van Mozart in haar hoofd spelen. Dat was volledig misplaatst, althans dat vond ze zelf. Een veel te uitbundige melodie gezien de omstandigheden.
Dit waren de omstandigheden; ze stond tot haar enkels in koud water, onzichtbare zompige modder zoog aan haar schoenen, en een lijkbleke, tengere jongeman, met één van zijn armen wat amateuristisch afgebonden met de draagband van een laptoptas, lag naar haar idee te sterven in haar armen. Met iedere stap die ze zette was er de angst om weg te glijden of weg te zinken, de angst om te vallen.
Maar ondanks dat had een volledig imaginair kamermuziekensemble zich aan het triomfantelijke eerste deel van het eerste hoornconcert van Mozart gezet.
De imaginaire hoorn zou net invallen voor zijn partij, toen twee ziekenbroeders, die over de vangrail waren gesprongen, het lichaam van Stefan van haar overnamen. Ze wankelde even. Ze bleef voorover gebogen staan. Ze wreef een pluk weerbarstig haar terug achter haar rechteroor. Ze liet daarbij een veeg kleverig bloed op haar voorhoofd achter. Zich niet bewust van de camera, zich niet bewust van de collone van dienstverleners, die met zwaailichten en loeiende sirenes bezit namen van de vluchtstrook, draaide ze zich weer om, en waadde door het stijgende water terug naar de chaos van verwrongen metaal.
Hoofdstuk 2 Het onderzoek
Joris was het ook heel anders in het leven gaan staan na het lange ziekte bed van zijn ex vrouw, ze had tot het laatste moment gevochten. en dat vechten heeft wel 3 weken geduurd, wat tot hartverscheurende taferelen had geleid, kort samengevat hij heeft wanhoop, teleurstelling en hoop zich nog nooit zo vaak zien opvolgen, het einde was bekend, maar in de tussentijd had hij wel heel erg op zijn familie moeten leunen om zich er nog enigszins doorheen te slaan kunnen, één van zijn steunpilaren was zijn broer Stefan, echter Stefan is niet beloond voor zijn vele uren steun aan zijn broer Joris, Joris kan nadat hij eindelijk dacht zijn leven weer een beetje terug te hebben, opnieuw (naar verwachting) maanden in het ziekenhuis doorbrengen, Stefan had iig een arm die niet meer te redden was na de arm half te hebben afgehakt was herstel niet meer mogelijk en moest hij geamputeerd worden, Dat van alle mensen Petra; Stefan heeft gered is echt en 1 op 1000000 kans, Petra heeft geen moment van zijn zijde geweken, ze was op een vreemde manier aangetrokken door Stefan, misschien wel door zijn opgedrongen rol als slachtoffer, of de manier waarop hij toch aan zijn herstel probeert te werken.
"Wtf is er gebeurd" Buldert er door de ministerraadsvergadering, "Hoe kan een groot deel van ons land onderwater staan en godverdomme niemand, ik herhaal niemand heeft ook maar het flauwste idee over wat er gebeurd is." De minister president was aan het briesen, en tieren zoals hij nog heeft gedaan en eerlijk gezegd herkende hij het zelf ook niet en moest heel erg goed oppassen dat hij niet totaal uit evenwicht raakt en zichzelf verliest, om een beetje tot rust te komen en weer tot zich zelf geeft hij snel het woord aan de minister van Binnenlandse zaken, hij geeft hem het woord omdat, aldus de president zelf hij "Nationale veiligheid" in zijn portefeuille heeft, de minister president heeft daarom nu even de tijd om tot zichzelf te komen, hij had helemaal nul signaal gehad (hij gebruikte sinds kort ook al moderne taal in zijn gedachte) dat zoiets als dit gebeuren kon, niet van zijn biologen of klimatologen en ook niet van zijn, sinds kort opgerichtte(, en naar aanleiding van de terreur aanslag op bondgenoot en vriend the United States of America,) antiterreur- squad, ook in de maandelijkse, tot nu toe alleen maar een formaliteit, meeting met de heren van waterhuishouding, olv onze Koninklijke hoogheid, die er overigens tot nu toe nooit bij is geweest, dat zal na vanavond wel anders zijn waarschijnlijk,
De minister van Binnenlandse zaken stond voor zijn whiteboard en ging verder... "tot nu toe hebben we deze feitenboven water kunnen halen", op dit moment stormde er een hoge militaire functionaris binnen.
"Wtf is er gebeurd" Buldert er door de ministerraadsvergadering, "Hoe kan een groot deel van ons land onderwater staan en godverdomme niemand, ik herhaal niemand heeft ook maar het flauwste idee over wat er gebeurd is." De minister president was aan het briesen, en tieren zoals hij nog heeft gedaan en eerlijk gezegd herkende hij het zelf ook niet en moest heel erg goed oppassen dat hij niet totaal uit evenwicht raakt en zichzelf verliest, om een beetje tot rust te komen en weer tot zich zelf geeft hij snel het woord aan de minister van Binnenlandse zaken, hij geeft hem het woord omdat, aldus de president zelf hij "Nationale veiligheid" in zijn portefeuille heeft, de minister president heeft daarom nu even de tijd om tot zichzelf te komen, hij had helemaal nul signaal gehad (hij gebruikte sinds kort ook al moderne taal in zijn gedachte) dat zoiets als dit gebeuren kon, niet van zijn biologen of klimatologen en ook niet van zijn, sinds kort opgerichtte(, en naar aanleiding van de terreur aanslag op bondgenoot en vriend the United States of America,) antiterreur- squad, ook in de maandelijkse, tot nu toe alleen maar een formaliteit, meeting met de heren van waterhuishouding, olv onze Koninklijke hoogheid, die er overigens tot nu toe nooit bij is geweest, dat zal na vanavond wel anders zijn waarschijnlijk,
De minister van Binnenlandse zaken stond voor zijn whiteboard en ging verder... "tot nu toe hebben we deze feitenboven water kunnen halen", op dit moment stormde er een hoge militaire functionaris binnen.
Abonneren op:
Reacties (Atom)