Hij had, door een scheur in de treinwagon, een vrij uitzicht over de polder. Of wat eens de polder was geweest. De polder stond blank. De laagstaande zon wierp een bronzen gloed over de uitgestrekte watermassa.
Hij wist direct wat er was gebeurd. Hij was een kind van de polder. Hij was opgegroeid in het besef dat hij meters onder de zeespiegel woonde. Een vanzelfsprekendheid.
Maar nu? Niets sprak nog voor zichzelf.
"Tijd voor actie, Rambo", beet hij zichzelf toe.
Hij wrikte het zakmes open met zijn tanden en zette het gedecideerd in zijn rechterarm.
Dit is hoe het Petra verging.
“Sorry dat ik je onderweg bel...”
“Dat is ok, beste Ed, dat geeft niks.”
“Wat ik me afvroeg was het volgende. Zit je wel eens op het internet?”
“Zelden. Ik doe alles nog met teletekst”
“OK. Geestig. Punt is, collega Eline Greefhorst schrijft over de ‘wijzigingsnota bijstand’ op haar blog, dat evictie wettelijk gaat worden toegestaan. “
“You’re kidding!” Petra vloekte binnensmonds.
Ed vervolgde stoicijns : “Ze schrijft dat bijstandsouders die zichzelf in een kleiner huishouden vinden, straks uit hun huis gezet kunnen worden als er in dezelfde gemeente een redelijk en voordeliger onderkomen is te vinden.”
“Ik neem ontslag. Werkelijk waar.” zei Petra. Ed was zo'n opmerking wel gewend, en vervolgde : “Tsja. Het ontslag van onze fractievoorzitster is een manier om de aandacht van de pers er van af te leiden, maar ik denk dat we met iets beters moeten komen. Eline zal dit terug moeten draaien, met dit gebrek aan... ehrm..”
“Juistheid?” vulde Petra bereidwillend aan.
Ed stemde weifelend in. “Zoiets ja. Hoewel juistheidsgebrek geen woord is.“
Petra schudde met haar hoofd. Het was kwart over zeven ’s avonds, en haar werkdag was net opnieuw begonnen. Ze grijnsde naar zichzelf in de achteruitkijkspiegel. Ze voelde zich op de top van haar kunnen, en het aftellen was al begonnen. Negen jaar verwijderd van haar pensioen.
“Ik heb wel eens horen zeggen dat het gebrek aan feiten een groot probleem is op het internet. Hoe serieus nemen we dit?”
“De staatsecretaris van sociale zaken publiceert zelfverzonnen beleid onder een opmerking over een kabinetsnota? Petra, we nemen dit serieus. Er is deze week geen ander onderwerp dan dit.”
“Fuck!”
Petra’s voet stampte op het rempedaal, maar kon niet voorkomen dat ze tegen haar voorligger tot stilstand kwam. Haar gordel spande zich om haar schouder. Haar airbag bleef in het stuur verborgen. Ze klipte haar alarmlichten aan, en wierp een blik in haar achteruitkijkspiegel. Haar achterligger had voldoende afstand gehouden, en stond geruststellend knipperend op een vier, vijf meter achter haar.
Rechts naast haar schoot een zwarte auto haar voorbij, die schuinsweg de vangrail schampte, een vonkenregen achterliet, en zich toen met een ferme klap onder de achterkant van een vrachtwagen boorde. “Fuck!” Ze veegde haar sluike grijze haar van haar voorhoofd, en haar ogen dwaalde terug naar haar zijraam. Haar mond viel open. De adrenaline verspreidde een tintelende gloed door haar bovenlichaam, en haar handen omklemden het stuur. Ze schrok op. Ed zijn stem kraakte door de carkit.
“Wat was dat? Ik bedoel... mijn punt is, Petra, de pers heeft dat verhaal al lang al! We moeten een strategie bepalen om de schade te beperken.”
“Ik denk dat de pers vanavond iets anders heeft.”
“Hoezo?”
“Ik bel je terug.” Ze verbrak de verbinding. Drukte op de touchscreen button van haar telefoon waarachter het alarmnummer stond. Geen verbinding.
Ze keek nog eens achter zich. De rechterrijbaan was vrij, en ze opende haar portier. Ze liep over de weg, stapte over de vangrail. Haar schoenen liepen vol water. Ze waadde, zwaar ademend, op de achterste wagon af. De achterste wagon was de wagon die over de kop geslagen naast de spoorbaan was geraakt, en waar het water door de scheuren in het metaal en door de gebroken ramen door naar binnen begon te lopen.
Het was de wagon waarin Stefan bezig was de schamele resten van zijn rechterarm te amputeren met een zakmes.
Ze keek uit over de watervlakte, over de de spoorbaan langs de weg, die nog boven het water uit stak. De trein lag gescheurd, uiteen gereten, deels opgevouwen, omhoog gebogen, over het spoor.
Ze probeerde zch statistieken te herinneren. Drie meter in vierentwintig uur, stond haar bij. Drie meter in vierentwintig uur. Een krantenartikel? Een ‘internetfeit’? Een rampenplan? Drie meter in vierentwintig uur. Het aftellen was al begonnen.