De hoge militair, een rijzige man van in de vijftig, met wat de minister president in privékringen een ‘droeve hondenkop’ pleegde te noemen, liep rond de vergadertafels heen, die in een carré waren opgesteld, en boog zich over de schouder van de minister president. “Kunt u deze sessie tien minuten uitstellen? De minister van defensie wil u graag persoonlijk briefen.” De minister president tikte geïrriteerd met een pennendop op zijn notitieblok, en verzuchtte.”Waar is hij? Waarom is hij niet hier?” De militair krabde in zijn nek. “De informatie komt net binnen, meneer de minister president. Mijn baas verzoekt u hem…” de militair keek wat moeilijk om zich heen, naar het crisisteam dat aan verschillende telefoonverbindingen met lokale hulpverleners, en aan televisiebeelden en nieuwssites gekluisterd was. `…alleen te spreken.`
De minister president vloekte hartgrondig, wat de minister van landbouw, en de minister van binnenlandse zaken elkaar met opgetrokken wenkbrauwen aan deed kijken. Ze kwamen, net als de minister president, beiden van de grootste christelijke partij van het land, maar zij konden het ketterse taalgebruik van de president van hun land nauwelijks velen. De minister president stond op uit zijn stoel, en hoewel hij nog niet tot de schouders reikte van de hoge militair, was zijn autoriteit ontegenzeggelijk. `Ik wil hem per direct aan de telefoon, in mijn kantoor. Per direct!`
De minister president liep langs de rijzige militair, om de vergadertafels heen de ruimte uit. Vele ogen bleven op de militair gericht. Deze hoestte in zijn vuist, en volgde toen dezelfde weg naar buiten.
De minister van binnenlandse zaken vroeg om aandacht en vervolgde zijn verhaal. Het werd zijn publiek al snel duidelijk dat de feiten die hij presenteerde niets toe voegden aan de karige bulletpoints die al de hele avond onderaan de televisiebeelden werden opgesomd.
Toen de minister president zijn kantoor binnen stapte, ging de telefoon op zijn bureau over. Het was zijn secretaresse. ‘Henk Bruin op lijn 1.’zei ze, en verbrak de verbinding. De president nam plaats op zijn ergonomische bureaustoel, waarvan de rugleuning hem de mogelijkheid bood wat achterover te zakken. Hij zuchtte, reikte naar voren, en toetste de speakertoets en de knipperende knop van lijn 1 in. ‘Henk!’riep de minister president. De telefoon kraakte. Het was een verbinding met de mobiele telefoon van Bruin, die blijkbaar in gestrekte pas aan het lopen was. Hij hijgde in de hoorn. ‘Meneer de minister president, goedemiddag. Mag ik u vragen, wat herinnert u zich van de Nederlandse militaire bijdrage aan de golfoorlog?’
De minister president zijn mond viel open. Hij boog zich naar de telefoon en foeterde + ‘Mijn halve land staat onder water! Er liggen mensen te creperen in een treinwrak waar niemand bij kan komen, en jij wilt herinneringen ophalen aan de eerste golfoorlog?’
De deur van het kantoor vloog open. Henk Bruin stapte binnen, klapte zijn mobiele telefoon dicht, sloot de deur, en kwam voor het bureau van de minister president staan.
‘Er is een verband.’zei Bruin. Hij krabde even in zijn zwarte krullen boven zijn voorhoofd. ´De Nederlandse bijdrage bleef niet beperkt tot Patriotraketten, marineschepen en geneeskundige hulp. Het was ook een… ´Bruin keek om zich heen… ´Zijn we alleen?´ De minister president kneep in de armleuningen van zijn stoel, en keek Bruin aan, over de bovenrand van zijn bril. “En wat?”, vroeg de minister president.
`En olie.` zei Bruin. ´Direct uit de Noordzee gepompt naar Noord Duitsland. Minister President, er staan twee booreilanden in de Noordzee die maar 1 klant bedienen. Het defensieapparaat van de Verenigde Staten. Wij zijn de logistieke partner. We leveren de olie aan door ondergrondse pijpleidingen. Door een leidingbreuk in de Noordzee is zeewater die leidingen in gezogen, dat met honderden kubieke meters per minuut de polder in is gepompt. De apparatuur was afgesteld op de viscositeit van olie, en de leidingen zijn achter de dijken gebarsten door de overdruk.´´
De minister president bleef doodstil zitten. Bruin peuterde een hagelwitte zakdoek uit zijn broekzak, en bette zijn voorhoofd.
De ogen van de minister president dwaalden af. ´Geen dijkdoorbraak.´ fluisterde hij.
Bruin kuchte. `Een leidingbreuk.` Hij keek weer op naar de leider van zijn land. `Er word niet meer gepompt. De gemalen doen hun werk. Het water zal snel gaan dalen. Het grootste probleem ligt wellicht in hoe we dit gaan uitleggen.´
Beiden schrokken op. De telefoon ging. De minister president pakte de hoorn op. ´Wat?´Het was zijn minister van binnenlandse zaken en van veiligheid. Die sprak over berichten van een ‘historisch’ grote olievlek op de Noordzee. “Ik kom er aan.” zei de minister president. Hij legde de hoorn op de telefoon, keek vijf seconden uit het raam over de hofvijver. De straatlichten sprongen aan.
Hij draaide zich naar Bruin. “We leggen dit uit middels de waarheid, Henk. Er zijn geen alternatieven.”
De minister president liet Henk achter in zijn kantoor, en liep naar de kantoorruimte van het crisisteam. Henk Bruin stond op, klapte zijn mobiele telefoon open, sloot de deur van het kantoor, en wachtte tot de telefoon aan de andere kant werd opgenomen. Hij sprak zeven woorden die geen letterlijke betekenis leken te hebben, maar die de politiek van zijn land zouden doen kantelen.
“Mister Secretary. The dolphin will be released.”
Geen opmerkingen:
Een reactie posten