Hij vond zichzelf terug in een nieuwe omgeving. Wat ontbrak was de regelmaat. De deining van de wagons, en het regelmatig kloppen van de railskoppelingen onder de stalen wielen. Het duurde even voor zijn brein begreep wat zijn ogen zagen. Zijn wereld lag op zijn kop. En pas toen werd hij de pijn gewaar. Een allesomvattende pijn. Hij lag in een universum van pijn.
Toen besefte hij pas dat hij adem tekort kwam, omdat het laatste restje lucht in zijn longen was opgebruikt in een instinctieve, niet te weerhouden oerkreet. Als de eerste uithaal die uit hem geperst werd toen hij nog een baby was, en de vruchtwaterwarmte werd vervangen door kil neonlicht en de uit lange gangen aangewaaide ziekenhuislucht.
Hij zwaaide wild met zijn linkerarm en probeerde overeind te komen, en de pijn stak zo wild in zijn schouder dat hij lichtflitsen voor zijn ogen zag. Zijn rechterarm zat klem. Zijn hart bonsde in zijn hoofd. Zijn linkerhand greep naar de rechterschouder, en verdween onder water. Een moment dacht hij dat zijn hand verdween in een open, bloederige wond. Zijn hart stond stil. Maar toen zijn zenuwbanen zijn grote hersenen ervan hadden overtuigd dat zijn hand niet in warm, kleverig bloed, meer in koud water was verdwenen, was de kortsluiting van paniek voor even verdwenen uit zijn hoofd. Hij kon zijn hoofd net voldoende draaien om te zien hoe zijn arm bekneld werd. Hij werd omgeven door schaduwen van lichamen, door uiteengereten metaal, glassplinters en chaos. Hij lag met zijn rug op wat het plafond van de wagon was geweest, met de ingezakte vloer boven hem. Een set stoelen, die aan het naar binnen gevouwen onderstel van de trein was bevestigd, was zover naar beneden gebogen, dat het zijn bovenarm tegen de metalen panelen van het plafond had gepind. En op dat moment besefte hij dat zijn brein zijn rechterhand niet kon bereiken.
Hij probeerde een vuist te ballen, maar zijn onderarm, en zijn hand, zijn vingers, waren verdwenen achter het ondoordringbare gordijn van pijn. Er kwam geen signaal terug uit die mist. Hij was zijn arm verloren.
Hij was zich niet gewaar van de geluiden die tot hem door waren gedrongen, maar hij werd zich wel gewaar van de plotselinge stilte. Zijn oren waren onder water geraakt. Hij richtte zijn hoofd op. Het water steeg. Zijn linkerhand trok en duw aan de stoelen. Hij zag zijn witte knokkels. Hij schreeuwde opnieuw. Een doodskreet.
Zijn linkerhand ging als uit zichzelf op zoek naar zijn broekzakken. Diep in zijn rechterbroekzak, achter zijn sleutels en bedrijfspas, vonden zijn enig overgebleven duim en wijsvinger zijn zakmes.
Probeer door enorme pijn heen rustig na te denken over hoe uit deze situatie te komen en stel je bent je rechterarm kwijt hoe maak je een zakmes open met alleen je overgebleven gehavende linkerhand, en trouwens ook al waren deze oefeningen er geweest, dan had hij waarschijnlijk toch niet goed opgelet, de reden dat hij zich toentertijd had opgegeven was maar voor één reden en voor één reden alleen, dat was zijn collega annemarlies, annemarlies was die collega, de ogenschijnlijk altijd vrolijke en extroverte is en hem altijd kon betoveren met een woord of gebaar, ze werkt voor en hoe kan het ook anders bij de afdeling HRM, sterker nog ze was waarschijnlijk de voornaamste reden dat hij hier ooit begonnen was, haar lippen spraken toen nog de gevleugelde woorden: Welkom bij “sprankel en Zn Zaadveredeling.” Welkom bij ons jonge dynamische bedrijf, niet dat hij dat toen volledig besefte, daar was hij te gefocust voor op haar licht roze lippen, die hem deden denken aan heel andere dingen dan werken, hoe vaak had hij die lippen niet al zacht aangeraakt met zijn tong en met zijn lippen het landschap van haar mond verkend, langzaam zou hij haar veroverd hebben totdat zei dezelfde verlangens zou hebben als hij die had gehad. Mooie zoete dromen..Dus toen op zijn kantoor de verantwoordelijke van kantoorwelzijn kwam met de vraag of er nog vrijwilligers waren voor de bhv, wist Stefan dit is mijn kans om dichterbij te komen, dichterbij de vrouw die al zovaak in bijna al zijn zoete, zwoele dromen voorkwam en waar hij tot nu toe nooit op af durfde te stappen, bang als hij was voor de waarheid dat ze totaal niet in hem geïnteresseerd zou zijn, in gedachte was hij al zo vaak afgewezen dat hij al helemaal verveeld was door de gedachte, hij was er echter niet aan begonnen, voor de afgehakte ledematen trainingen meer voor de mond op ……… Aaaarghhhh en fikse golf in het water bracht hem weer terug in de werkelijkheid die alleen nog maar bestond uit pijn, met zijn gesloten zakmes en knijpend met zijn ogen kon hij nog net zien waardoor de golven werden veroorzaakt, hij kon alleen nog maar uitbrengen: "Oh mijn god".
Hij wist direct wat er was gebeurd. Hij was een kind van de polder. Hij was opgegroeid in het besef dat hij meters onder de zeespiegel woonde. Een vanzelfsprekendheid.
Maar nu? Niets sprak nog voor zichzelf.
"Tijd voor actie, Rambo", beet hij zichzelf toe.
Hij wrikte het zakmes open met zijn tanden en zette het gedecideerd in zijn rechterarm.
Dit is hoe het Petra verging.
“Sorry dat ik je onderweg bel...”
“Dat is ok, beste Ed, dat geeft niks.”
“Wat ik me afvroeg was het volgende. Zit je wel eens op het internet?”
“Zelden. Ik doe alles nog met teletekst”
“OK. Geestig. Punt is, collega Eline Greefhorst schrijft over de ‘wijzigingsnota bijstand’ op haar blog, dat evictie wettelijk gaat worden toegestaan. “
“You’re kidding!” Petra vloekte binnensmonds.
Ed vervolgde stoicijns : “Ze schrijft dat bijstandsouders die zichzelf in een kleiner huishouden vinden, straks uit hun huis gezet kunnen worden als er in dezelfde gemeente een redelijk en voordeliger onderkomen is te vinden.”
“Ik neem ontslag. Werkelijk waar.” zei Petra. Ed was zo'n opmerking wel gewend, en vervolgde : “Tsja. Het ontslag van onze fractievoorzitster is een manier om de aandacht van de pers er van af te leiden, maar ik denk dat we met iets beters moeten komen. Eline zal dit terug moeten draaien, met dit gebrek aan... ehrm..”
“Juistheid?” vulde Petra bereidwillend aan.
Ed stemde weifelend in. “Zoiets ja. Hoewel juistheidsgebrek geen woord is.“
Petra schudde met haar hoofd. Het was kwart over zeven ’s avonds, en haar werkdag was net opnieuw begonnen. Ze grijnsde naar zichzelf in de achteruitkijkspiegel. Ze voelde zich op de top van haar kunnen, en het aftellen was al begonnen. Negen jaar verwijderd van haar pensioen.
“Ik heb wel eens horen zeggen dat het gebrek aan feiten een groot probleem is op het internet. Hoe serieus nemen we dit?”
“De staatsecretaris van sociale zaken publiceert zelfverzonnen beleid onder een opmerking over een kabinetsnota? Petra, we nemen dit serieus. Er is deze week geen ander onderwerp dan dit.”
“Fuck!”
Petra’s voet stampte op het rempedaal, maar kon niet voorkomen dat ze tegen haar voorligger tot stilstand kwam. Haar gordel spande zich om haar schouder. Haar airbag bleef in het stuur verborgen. Ze klipte haar alarmlichten aan, en wierp een blik in haar achteruitkijkspiegel. Haar achterligger had voldoende afstand gehouden, en stond geruststellend knipperend op een vier, vijf meter achter haar.
Rechts naast haar schoot een zwarte auto haar voorbij, die schuinsweg de vangrail schampte, een vonkenregen achterliet, en zich toen met een ferme klap onder de achterkant van een vrachtwagen boorde. “Fuck!” Ze veegde haar sluike grijze haar van haar voorhoofd, en haar ogen dwaalde terug naar haar zijraam. Haar mond viel open. De adrenaline verspreidde een tintelende gloed door haar bovenlichaam, en haar handen omklemden het stuur. Ze schrok op. Ed zijn stem kraakte door de carkit.
“Wat was dat? Ik bedoel... mijn punt is, Petra, de pers heeft dat verhaal al lang al! We moeten een strategie bepalen om de schade te beperken.”
“Ik denk dat de pers vanavond iets anders heeft.”
“Hoezo?”
“Ik bel je terug.” Ze verbrak de verbinding. Drukte op de touchscreen button van haar telefoon waarachter het alarmnummer stond. Geen verbinding.
Ze keek nog eens achter zich. De rechterrijbaan was vrij, en ze opende haar portier. Ze liep over de weg, stapte over de vangrail. Haar schoenen liepen vol water. Ze waadde, zwaar ademend, op de achterste wagon af. De achterste wagon was de wagon die over de kop geslagen naast de spoorbaan was geraakt, en waar het water door de scheuren in het metaal en door de gebroken ramen door naar binnen begon te lopen.
Het was de wagon waarin Stefan bezig was de schamele resten van zijn rechterarm te amputeren met een zakmes.
Ze keek uit over de watervlakte, over de de spoorbaan langs de weg, die nog boven het water uit stak. De trein lag gescheurd, uiteen gereten, deels opgevouwen, omhoog gebogen, over het spoor.
Ze probeerde zch statistieken te herinneren. Drie meter in vierentwintig uur, stond haar bij. Drie meter in vierentwintig uur. Een krantenartikel? Een ‘internetfeit’? Een rampenplan? Drie meter in vierentwintig uur. Het aftellen was al begonnen.
Tring du de lie dom dom ....
De telefoon ging al voor de 12e keer vandaag .. Het begon tot haar door te dringen dat het proef ballonnetje wat ze had opgelaten in haar blog (wat toch niemand las, ja DUH... ), het valt kennelijk niet mee om een publiekelijk figuur te zijn en dan ook nog af en toe iets te experimenteren, je denkt ach het is een leuk idee ik zou het eens op papier moeten zetten, maar in dit soort functies is dat echt onmogelijk, alles moet in principe onder de pet blijven, toen ze gevraagd werd voor deze functie dacht ze alleen aan de roem en de eer de bankets, ze wist zeker dat ze zo de goedkeuring van haar sociale omgeving kon dragen en natuurlijk zou ze het ook financieel goed voor elkaar hebben, verder leek de functie in deze sociale serene tijd, in dit deel van de wereld echt te gemakkelijk en echt een eitje zogezegd, echter op avonden als dit vraagt ze zich toch altijd weer af hoe ze het altijd zo moeilijk kan maken voor zichzelf, maar ja soms wil ze gewoon te graag iets goed doen en dan probeert ze haar collega's met slechte ideeën te forceren haar plannen te omarmen en haar te zien als de supervrouw die alle problemen van dit land kan oplossen, ook al is ze vaak wel sterk genoeg dingen in een reëelIer daglicht te zien, soms heeft ze, zelfs als academica; sociale wetenschappen, haar opwellingen die wat kinderachtige en te samen met haar van nature wat spontane aard,
De helikopterbeelden bleven steken bij de ontspoorde trein, tot de helikopter een brede cirkel maakte, en de camera een zwenking maakte, over de ondergelopen polder. De audio uit de helikopter was tot in de achtergrond weggedrukt. Op de voorgrond van het geluid werd er gefluisterd, kort gehoest, en met papier gerommeld. Een banner onder in beeld sprak over een dijkdoorbraak. Eline hield de telefoon weer aan haar oor. “Ed, over welke dijk hebben ze het?” vroeg Eline. Haar stem was schor, afgeknepen. “Ed?” Maar Ed had de verbinding al verbroken.
Ze richtte zich op. “Joris!” riep ze. Haar man kwam in de deuropening van de keuken staan, hij had een dampende wokpan in zijn handen. Toen hij haar zag, sprakeloos frommelend met de telefoon in haar trillende handen, en met haar bleke gezicht aan het televisiebeeld gekluisterd, schroefde hij zijn wenkbrauwen in een vraagteken omhoog. Zijn blik dwaalde met de hare mee, naar de televisie. “Het rampgebied lijkt zich uit te strekken tot Noordwijkerhout, maar naar verluid is Noordwijk zelf het zwaarst getroffen. Over de ernst van de situatie in Noordwijk, of over slachtoffers is verder nog niets bekend. Wij zoeken contact, maar u zult begrijpen dat het telefoonverkeer danig onder druk staat, in de regio.” Joris draaide zich om, plaaste de pan terug op een snijplank op het aanrecht, liep terug de woonkamer in, en sloot Eline zwijgend in zijn armen. “Ze hebben het over een dijkdoorbraak.” Fluisterde Eline hees in zijn oor. Ze voelde Joris zijn hoofd schudden. “Dat klopt volgens mij niet. Het is duingebied. Waterleidingsduinen.” Joris draaide zich naar de televisie, en sloeg een arm om Eline’s schouder. Hij vervolgde ; “Het klopt allemaal niet. Een doodrustige dag. En het is geen springvloed, zoals in 1953.” Eline keek schuin omhoog, peinzend. “Was dat niet in 1957?” vroeg ze zich hardop af. Joris keek haar glimlached aan. “Nee schat. Het was de eerste februari 1953, met een noordwesterstorm en springvloed.”
Dit soort schoolmeestermomenten deed Eline zich soms erg onvolwassen bij hem voelen. Maar in feite was ze dat ook. Hij was bijna vijftien jaar ouder dan zij.
Hij had een al een vol leven geleid voordat hij Eline had ontmoet. Hij was twintig jaar eerder getrouwd geweest met een Malinese vrouw. Mariama Kouyate. Zij had hem zijn enige zoon, Justin Greefhorst, geschonken, en het was vooral zijn vrouw geweest die hem op weg had geholpen. Goed op weg geholpen. Justin was Simon’s trots.
Simon’s trots studeerde, zonder veel overtuiging, biomedische wetenschappen in het noorden van het land. Simon’s trots dronk meer bier dan Simon ooit goed zou vinden, en Simon’s trots zijn hypothalamus was aan het krimpen, door het roken van een boventallig aantal joints, gedraaid van de door Simon’s trots zelf gekweekte wiet.
Mariama was een sterke vrouw. Dat was een van de redenen dat Joris zo van Mariama hield, en Mariama wist dat.
Dus toen Mariama begon te klagen over haar steeds terugkerende hoofdpijn was het gezwel in haar linkerhersenhelft al zo groot als een mineola. Drie weken later was ze overleden.
Joris had daarop meer oog gekregen voor de wat minder sterke vrouwen. Eline was, zonder twijfel, een wat minder sterke vrouw. Dat was een van de redenen dat Joris zo van Eline hield, en Eline wist dat.
Joris voelde Eline onder zijn arm wegdraaien, en hoorde haar zeggen ; “Ik weet niet eens of Petra het wel weet.” Eline zette zich op de veel te dure tweezitsbank van rood leer en strak zweeds design, en bladerde op haar telefoon naar de naam van de voorzitster van haar partij. Joris liep terug naaar de keuken en zei ; “Ed zal haar toch wel gebeld hebben?” Eline bracht de telefoon bij haar oor. “Ik zal er wel niet doorheen komen. Maar zowel, dan heb ik zowiezo excuses te maken...”
Hij was pas halverwege het amputeren van zijn arm toen het water hem al letterlijk tot aan de lippen kwam met één laatste ijzingwekkende gil verspilde hij zijn laatste beetje energie, net op dat moment kwam Petra aangerend bij het treinstel, ze klom op het treinstel en zag dat het water rood gekleurd was, in minder dan een moment doorzag ze de situatie, dit hoorde ook bij haar werk natuurlijk waar de ontwikkelingen zich soms in korte tijd zeer snel opvolgde. Ze pakt een pvc buis die door de ravage ruim voorhanden is (alwaar het veel gebruikt is voor de leidingen van het licht in treinen) en duwde die zo snel mogelijk in de mond van Stefan, die ze nog niet herkend had overigens, door de pvc-buis had hij weer de mogelijkheid om te ademen, hij was er nog niet uit of hij blij moest zijn met deze redding in de luttele seconde die had gehad om zich te verzoenen met zijn dood was er weinig conflicten meer geweest hij was dan wel nog niet zo oud maar hij had het idee dat hij alles wel gezien en meegemaakt heeft. Ook had hij geen gezin of partner om naar terug te keren.
Ze dook onder water om te kijken naar het arm, ze kon niet zien dat ie al voor een deel doorgesneden was door het slachtoffer zelf, maar ze zag hem wel krap zitten tussen een losgeslagen passagiersbank, wonderwel kostte het haar weinig moeite zijn arm te bevrijden, Stefan voelde het niet eens vandaar dat ze hem naar boven drukte tot hij weer met zijn hoofd boven water kwam, dit was het moment dat Stefan buiten westen raakte, ze kwam boven met Stefan in haar armen, en probeerde uit alle macht contact te krijgen met de helikopter, dit leek weliswaar zomaar te lukken. De helikopter moest alleen een plaats kunnen vinden om te landen, de enige plaats waar het nog mogelijk is, is op de snelweg, ze kon er niet op wachten, ze begon met het afbinden van de rechterarm ter hoogte van de bovenarm. De helikopter had de landing nu ingezet.
Irene van Greefhorst kreeg alleen maar de in-gespreks toon als ze probeerde te bellen naar Petra, ze had behoorlijk de kolere in nu, ze begon zich ook flink zorgen te maken nu, het was toch echt haar schuld dat ze met dit weer en met al deze ellende de weg op moest om haar .. nou ja...
`
‘De Koloniën’ was de koosnaam in huize Greefhorst voor de verzameling krappe en kale kantoren die huisden in het pand tegenover het torentje waar de Minister President zijn werkkamer had. In die kantoren huisden de fracties van de tweede kamer. Het was de plek om te achterhalen waar Petra zich bevond. Ed was daar. Ed was daar altijd, zo leek het.
Die koosnaam had zijn oorsprong. In vroeger tijden huisden in het pand tegenover het torentje het ministerie van Koloniën. Dat was het ministerie waar de gruwelijke en georganiseerde uitbuiting van volksstammen in verre landen in ambtelijke kaders werd geplaatst. Waar wetten en regels werden verzonnen om dingen die krom waren recht te praten.
Dat waren dingen die door hard werkende patriotten werden gedaan.
Maar patriottisme was inmidels niet meer wat het toen was.
Petra, Eline, Joris, Stefan, Anne Marlies, ze voelden geen enkele vorm van trots voor hoe netjes hun land de uitbuiting van vreemde volkeren toen hadden georganiseerd.
Joris liep de kamer in, en bleef voor Eline staan, zijn handen op zijn heupen. “Wat wou je in Den Haag bereiken? En ..” Joris wees op de televisie. “..hoe wou je er komen?” Joris keek haar vorsend aan. Eline haar ogen waren op het beeldscherm gericht. “Laat maar.” Zei ze. Joris volgde haar blik, en zag de fractievoorzitster van de grootste kamerfractie van het land tot haar enkels in het water op een camera aflopen. Een schijnbaar levenloos lichaam meetorsend. Eline vloekte. Haar stem brak. Joris en Eline zette zich op de zweedse tweezitter. Joris schroefde het volume van de televisie op. Hij besefte nog niet dat de grote garnalen, knisperend in met knoflook verrijkte olie, hun gewenste kleur inmiddels voorbij waren.
Petra had muziek van Mozart in haar hoofd spelen. Dat was volledig misplaatst, althans dat vond ze zelf. Een veel te uitbundige melodie gezien de omstandigheden.
Dit waren de omstandigheden; ze stond tot haar enkels in koud water, onzichtbare zompige modder zoog aan haar schoenen, en een lijkbleke, tengere jongeman, met één van zijn armen wat amateuristisch afgebonden met de draagband van een laptoptas, lag naar haar idee te sterven in haar armen. Met iedere stap die ze zette was er de angst om weg te glijden of weg te zinken, de angst om te vallen.
Maar ondanks dat had een volledig imaginair kamermuziekensemble zich aan het triomfantelijke eerste deel van het eerste hoornconcert van Mozart gezet.
De imaginaire hoorn zou net invallen voor zijn partij, toen twee ziekenbroeders, die over de vangrail waren gesprongen, het lichaam van Stefan van haar overnamen. Ze wankelde even. Ze bleef voorover gebogen staan. Ze wreef een pluk weerbarstig haar terug achter haar rechteroor. Ze liet daarbij een veeg kleverig bloed op haar voorhoofd achter. Zich niet bewust van de camera, zich niet bewust van de collone van dienstverleners, die met zwaailichten en loeiende sirenes bezit namen van de vluchtstrook, draaide ze zich weer om, en waadde door het stijgende water terug naar de chaos van verwrongen metaal.
Hoofdstuk 2 Het onderzoek
"Wtf is er gebeurd" Buldert er door de ministerraadsvergadering, "Hoe kan een groot deel van ons land onderwater staan en godverdomme niemand, ik herhaal niemand heeft ook maar het flauwste idee over wat er gebeurd is." De minister president was aan het briesen, en tieren zoals hij nog heeft gedaan en eerlijk gezegd herkende hij het zelf ook niet en moest heel erg goed oppassen dat hij niet totaal uit evenwicht raakt en zichzelf verliest, om een beetje tot rust te komen en weer tot zich zelf geeft hij snel het woord aan de minister van Binnenlandse zaken, hij geeft hem het woord omdat, aldus de president zelf hij "Nationale veiligheid" in zijn portefeuille heeft, de minister president heeft daarom nu even de tijd om tot zichzelf te komen, hij had helemaal nul signaal gehad (hij gebruikte sinds kort ook al moderne taal in zijn gedachte) dat zoiets als dit gebeuren kon, niet van zijn biologen of klimatologen en ook niet van zijn, sinds kort opgerichtte(, en naar aanleiding van de terreur aanslag op bondgenoot en vriend the United States of America,) antiterreur- squad, ook in de maandelijkse, tot nu toe alleen maar een formaliteit, meeting met de heren van waterhuishouding, olv onze Koninklijke hoogheid, die er overigens tot nu toe nooit bij is geweest, dat zal na vanavond wel anders zijn waarschijnlijk,
De minister van Binnenlandse zaken stond voor zijn whiteboard en ging verder... "tot nu toe hebben we deze feitenboven water kunnen halen", op dit moment stormde er een hoge militaire functionaris binnen.
De minister president vloekte hartgrondig, wat de minister van landbouw, en de minister van binnenlandse zaken elkaar met opgetrokken wenkbrauwen aan deed kijken. Ze kwamen, net als de minister president, beiden van de grootste christelijke partij van het land, maar zij konden het ketterse taalgebruik van de president van hun land nauwelijks velen. De minister president stond op uit zijn stoel, en hoewel hij nog niet tot de schouders reikte van de hoge militair, was zijn autoriteit ontegenzeggelijk. `Ik wil hem per direct aan de telefoon, in mijn kantoor. Per direct!`
De minister president liep langs de rijzige militair, om de vergadertafels heen de ruimte uit. Vele ogen bleven op de militair gericht. Deze hoestte in zijn vuist, en volgde toen dezelfde weg naar buiten.
De minister van binnenlandse zaken vroeg om aandacht en vervolgde zijn verhaal. Het werd zijn publiek al snel duidelijk dat de feiten die hij presenteerde niets toe voegden aan de karige bulletpoints die al de hele avond onderaan de televisiebeelden werden opgesomd.
Toen de minister president zijn kantoor binnen stapte, ging de telefoon op zijn bureau over. Het was zijn secretaresse. ‘Henk Bruin op lijn 1.’zei ze, en verbrak de verbinding. De president nam plaats op zijn ergonomische bureaustoel, waarvan de rugleuning hem de mogelijkheid bood wat achterover te zakken. Hij zuchtte, reikte naar voren, en toetste de speakertoets en de knipperende knop van lijn 1 in. ‘Henk!’riep de minister president. De telefoon kraakte. Het was een verbinding met de mobiele telefoon van Bruin, die blijkbaar in gestrekte pas aan het lopen was. Hij hijgde in de hoorn. ‘Meneer de minister president, goedemiddag. Mag ik u vragen, wat herinnert u zich van de Nederlandse militaire bijdrage aan de golfoorlog?’
De minister president zijn mond viel open. Hij boog zich naar de telefoon en foeterde + ‘Mijn halve land staat onder water! Er liggen mensen te creperen in een treinwrak waar niemand bij kan komen, en jij wilt herinneringen ophalen aan de eerste golfoorlog?’
De deur van het kantoor vloog open. Henk Bruin stapte binnen, klapte zijn mobiele telefoon dicht, sloot de deur, en kwam voor het bureau van de minister president staan.
‘Er is een verband.’zei Bruin. Hij krabde even in zijn zwarte krullen boven zijn voorhoofd. ´De Nederlandse bijdrage bleef niet beperkt tot Patriotraketten, marineschepen en geneeskundige hulp. Het was ook een… ´Bruin keek om zich heen… ´Zijn we alleen?´ De minister president kneep in de armleuningen van zijn stoel, en keek Bruin aan, over de bovenrand van zijn bril. “En wat?”, vroeg de minister president.
`En olie.` zei Bruin. ´Direct uit de Noordzee gepompt naar Noord Duitsland. Minister President, er staan twee booreilanden in de Noordzee die maar 1 klant bedienen. Het defensieapparaat van de Verenigde Staten. Wij zijn de logistieke partner. We leveren de olie aan door ondergrondse pijpleidingen. Door een leidingbreuk in de Noordzee is zeewater die leidingen in gezogen, dat met honderden kubieke meters per minuut de polder in is gepompt. De apparatuur was afgesteld op de viscositeit van olie, en de leidingen zijn achter de dijken gebarsten door de overdruk.´´
De minister president bleef doodstil zitten. Bruin peuterde een hagelwitte zakdoek uit zijn broekzak, en bette zijn voorhoofd.
De ogen van de minister president dwaalden af. ´Geen dijkdoorbraak.´ fluisterde hij.
Bruin kuchte. `Een leidingbreuk.` Hij keek weer op naar de leider van zijn land. `Er word niet meer gepompt. De gemalen doen hun werk. Het water zal snel gaan dalen. Het grootste probleem ligt wellicht in hoe we dit gaan uitleggen.´
Beiden schrokken op. De telefoon ging. De minister president pakte de hoorn op. ´Wat?´Het was zijn minister van binnenlandse zaken en van veiligheid. Die sprak over berichten van een ‘historisch’ grote olievlek op de Noordzee. “Ik kom er aan.” zei de minister president. Hij legde de hoorn op de telefoon, keek vijf seconden uit het raam over de hofvijver. De straatlichten sprongen aan.
Hij draaide zich naar Bruin. “We leggen dit uit middels de waarheid, Henk. Er zijn geen alternatieven.”
De minister president liet Henk achter in zijn kantoor, en liep naar de kantoorruimte van het crisisteam. Henk Bruin stond op, klapte zijn mobiele telefoon open, sloot de deur van het kantoor, en wachtte tot de telefoon aan de andere kant werd opgenomen. Hij sprak zeven woorden die geen letterlijke betekenis leken te hebben, maar die de politiek van zijn land zouden doen kantelen.
“Mister Secretary. The dolphin will be released.”
De koffie juffrouw had nog meer opdrachten, ze moest zich ervan verwittigen dat er niets zou uitlekken van de geheime afspraken met de Nederlandse defensie, politiek in deze tijd met europa lag gevoelig (in de ogen van de Amerikanen socialistische west europa) zeker als het ligt aan inmenging in de defensie strategieën van een desalniettemin klein landje maar wel een klein landje dat altijd een grote mond opzet.
De opdracht was om tegen elke prijs uitlekken van de geheime samenwerking te voorkomen, moord was maar één van de vele middelen die tot haar beschikking waren gesteld. Ook de koffie juffrouw had het moeten bezuren, het auto ongeluk wat ze eerder die dag gehad heeft is natuurlijk puur toevallig en heeft geen samenhang met de aan hartfalen overleden Henk Bruin, natuurlijk was het gif verder niet te traceren en zou zijn zwakke hart als doodsoorzaak worden gezien, maar ook was ze nog niet klaar want wat de codewoorden (The dolphin is released) betekende was dat de president, of een van zijn woordvooerders, wilde dat wat geheim moest blijven openbaren, ze moest zo snel mogelijk een meeting opzetten met de backup van de inmiddelse vermoorde spion, ook moest zo lang mogelijk het lijk van meneer de Bruin verborgen blijven. Ze had het al helemaal uitgedacht en verborg het lijk in een van de vier schoonmaakkasten. hierna pakte ze haar mobiel en probeerde....
haar contactlijst te openen. Het scherm van haar telefoon reageerde niet. Het gaf de tijd aan, en met een drietal stralende zonnetjes een weersvoorspelling voor de volgende drie dagen. Maar het reageerde niet op de start button, en niet op de ‘Contacts’ optie. “Fucking Windows Mobile piece of crap..” biste ze tussen haar hagelwitte tanden door, en draaide het toestel om, om de batterij eruit te wippen. In dit soort situaties de enige manier om het toestel te resetten.
Op dat moment sloeg de halfgesloten deur van de schoonmaakkast open, en kapseisde het lichaam van Henk Bruin als een zak aardappelen de gang in.
Vlak voor de voeten van de secretaresse van de minister president, die op dat moment net de gang in kwam gelopen.
Dit was hoe het de secretaresse verging.
Ze was jong en ambitieus, en ze had de beste baan die ze zich had kunnen wensen. Ze verdiende een schijntje van wat haar toegevoegde waarde was. Ze wist het. Ze wist ook dat de beter betalende banen later voor het oprapen zouden liggen. Ze had de tijd. Intussen beheerde ze de agenda van de minister president met vaste hand. Een vaste hand die de kleurrijke en chaotische minister president uitstekend kon gebruiken.
Het was geen doorsnee sollicitatiegesprek geweest dat haar hier had gebracht. Het waren vele, lange, en intense sessies geweest. Haar doopceel was gelicht, en die van haar vriend, en die van haar familie. Die van haar klasgenoten. Haar jaloerse klasgenoten. Ze ging niet voor een gewone baan. Of zoals de minister president haar had gezegd. ‘Dit is niet je vorige baan.’
En ze was geinstrueerd. Bovenal, en met bijna irriterende regelmaat op het gebied van veiligheid. Dus nog voordat ze het levenloze lichaam aan haar voeten als dat van de minister van buitenlandse zaken had herkend, had ze de grijze paniekknop die aan haar broekriem zwengelde al ingedrukt.
In het kantoorgebouw rond het kantoor van de minister president, en in de Kolonien aan de overkant, begon iedere telefoon een kort repeterende tweetonig geluid te genereren.
De secretaresse verbaasde zich over de kracht van de inslag. Ze had een pijn verwacht. Een brandende pijn, wellicht, van de gloeiend hete kogel. Maar het was de enorme kracht waarmee de kogel haar raakte, die haar achterover deed tuimelen. En zo stierf ze verbaasd, en voordat ze enige pijn voelde, op het moment dat de tweede kogel haar tussen de ogen trof.
Ten tweede had ze een bloed hekel aan "De Nederlanden" het was hier koud, nat en de mensen hier waren zo.... europees, en wat ze ergste vond was dat alle mensen hier Kaas aten al waren het de zoetste snoepjes en dan nog maar te zwijgen over de zogenaamde regering hier wat een stelletje watjes zijn dat, "The President" van DE NEDERLANDEN leek meer op een kinderfilm held dan een echte president zoals de republikeinse spierballen president waar zij 9/10 voor zou kiezen, dat had meer met haar beroep en instelling te maken dan met haar opvoeding.
En wat dacht je van al die mensen hier die zogenaamd hun talen spraken en daar zo trots op waren oh nee ze haatte dit volkje en had geen enkele moeite er een paar om te leggen, maar dan moest het wel op een professionele manier, en niet dat er halverwege haar opdracht over al lijken uit de kast kwamen vallen, maar goed ze moest improviseren eerst maar eens …
Ze stak haar pistool weg in het schouderholster, en liep terug naar het kantoor van de minister president, waar haar trolley nog stond. Het lukte haar om ongezien haar trolley op te pikken uit het kantoor van de minister president, en zo, in de vermomming van een invallende koffiejuvrouw van de cateringdienst, die geen idee had waarom er zoveel teloons overgingen, en waarom er beveiliging door de gangen rende, de trolley terug te plaatsen in de keuken, lukte het haar via de dienstuitgang de parkeergarage binnen te komen. Ze had pech gehad met slecht sluitende kastdeuren en met een gescheurd condoom. Maar ze had het geluk dat de persoon die op die avond de slagboom van de parkeergarage bediende een invalskracht was, die niet wist dat de tweetonige ringtone van de IP phone op zijn balie betekende dat het binnenhof hermetisch afgesloten moest blijven. Zo kon ze haar, speciaal voor de gelegenheid aangeschafte, roestige Golf GTI zonder problemen richting de rondweg sturen.
Het nieuws van Henk Bruin´s dood was de crisisruimte binnen gekomen samen met de beveilingsdienst, die de minister president met drie man had omringd. Drie even brede ruggen, in drie donkerblauwe colberts gestoken, sloten hem af van de buitenwereld, terwijl hij door de gangen werd geleid. De hermetische afsluiting van het binnenhof had enkele gaten gelaten, die volgens draaiboek werden open gelaten door de binnenlandse veiligheidsdienst. Door een van die gaten werd de minister president naar een veiliger onderkomen geloodst. Door andere gaten werden veiligheidspersoneel en bewindvoerders binnen gelaten.
Dit was hoe het Ed verging
´Shit´ zei Ed. Ed moest Petra spreken. Hij liep zijn kleine kantoorruimte binnen en sloot de deur achter hem. Een kleine televisie in een diepe boekenkast toonde de persvoorlichtster van de minister president. ´…om de volksvertegenwoordiging te informeren over de laatste stand van zaken op deze dag van historische rampspoed…´. Ed schoof wat papieren opzij en toetste een geheugentoets op de zwarte telefoon op zijn bureau in. Hij liet de telefoon op de speaker overgaan. ´Shit.´ mompelde hij, en draaide zich om. Hij stootte een kleine stapel mappen van zijn bureau, die besloten hun inhoud voor zijn voeten over de grond te verspreiden en te vermengen. Hij stapte over de papieren langs zijn bureau en stak een arm uit om de televisie zachter te zetten.
Ergens had hij een afstandbediening. Maar hij had nooit de tijd om hem te vinden.
’Hi Ed. Met Petra.’ Ed hoorde de ruis van de straat op de achtergond.
’Hi Petra. Waar ben je?’ Ed graaide, met zijn hoofd naar de telefoon gedraaid, vergeefs blind naar de volumeknop.
’Ik stap net uit Haga. Ik kom bij Stefan vandaan.’ Het Hagaziekenhuis. Dat betekende dat ze in ieder geval nog in Den Haag was.
‘Dan ben je in de buurt. Dat is mooi, want je word verwacht.’ Ed schakelde de televisie uit.
’Door wie?’
Ed ontving een sms bericht, dat hem naar zijn mobiel deed kijken. Hij gaf antwoord aan Petra terwijl hij het bericht opende.
’Cornelis wil je voorlichten over de stand van zaken omtrent de situatie.’ Hij hoorde Petra schamper lachen.
’Binnenlandse zaken kan mij ook bellen voor een update. Ik heb het laatste uur tot mijn knieen in de desbetreffende situatie gezeten.’
Ed las het bericht en viel stil.
’Ed…?’
Ed had een bericht ontvangen van de staatsecretaris van transport, die met zijn blackberry onder tafel gehouden, vanuit de crisisruimte zijn persvoorlichter op de hoogte had gebracht van het laatste nieuws, en tegelijkertijd een oneerbaar voorstel deed voor de aanzet tot een politiek steekspel.
<*SMS berichten”*>
H.Bruin dood’gevonden. MP secure. Maak Petra zichtbaar!
11 Sept 2016 20:07
Van : Casper Hendrix
Hij kwam langzaam met zijn beide benen op de grond dit land had Ed nodig en snel ook, een kabinetslid dood, was hij vermoord Ed wist het niet, ziek? Hij moest snel weer bij zijn positieve zien te komen en snel het draaiboek zien af te spelen in zijn hoofd, eerst moest alles achter de schermen geregeld worden voordat er ook maar gedacht kan worden over naar de pers gaan.
Eerst moest hij een manier vinden om het Petra te vertellen, ze heeft al zoveel te verduren gehad de laatste dag dat hij niet zeker wist of zij niet zou doordraaien bij het horen van een nieuwe tegenvaller van deze omvang.
En natuurlijk wist Ed nog niet hoe hij om het leven was gekomen, hij zag de minster al verdrinken in het water van de polder, toch vond hij het raar daar die minister meer naar het oosten woont en daar niets te zoeken heeft, hm... Ed bleef wel met wat vragen zitten, ook had hij begrepen dat de MP is weggevoerd door de beveiliging, dus Petra moest voorbereid op haar nieuwe taak. Die taak bestaat uit aanvoeren van het kabinet. Ed was hier niet al te blij mee, dit komt omdat hij in de verste verte geen zicht op heeft of ze wel opgewassen is voor deze taak, en zeker onder deze omstandigheden. De enige reden dat ze was gekozen tot vice-president was om de onderhandelingen rond te krijgen.
Petra .. die intussen verschrikt op zag toen ze het ziekenhuis uitkwam en twee brancards uit een lijkwagen zag komen, ze zag een bekende meelopen, ze ving nog iets op van "schande" en "dat dit in Nederland gebeurd." ze keek nog met vragende blik naar een bekende van haar van het torentje, maar kreeg geen antwoorden, "..uhm ...ED" fluisterde Petra, "Ik loop hier net langs twee lijkzakken", "kun je me a.u.b. vertellen wat er aan de hand is", ze voelde al haar zekerheden vervagen en uit elkaar spatten in honderden, nee duizenden kleine balletjes tot er niets overbleef en ze nu toch echt oog in oog stond met de grote boze wereld.
"twee lijkzakken?” vroeg Ed verbaast, "ik krijg net bericht dat onze minister van defensie dood is, maar kun je voor mij uitzoeken wie er in die tweede lijkzak zit Petra, ik denk dat het wel belangrijk is, ik wilde je het niet eerder vertellen maar probeer zo snel mogelijk erachter te komen wat er gebeurd is, ik ben bang dat de informatie die ik krijg wel eens heel gekleurd kan zijn."
"Godverdomme"; vloekte Petra nu heel hard, "ik ben toch verdomme James Bond niet, ik ben een Fractie voorzitster, en nu wil je me als een of andere film held spion laten spelen".
Ed heel zalvend: "Wind je niet zo op Petra, ik vraag je gewoon om even iets uit te zoeken geen reden om zo te reageren"
Ed stond op uit zijn bureaustoel. Hij wreef in zijn handen. ‘Ik weet het niet zeker. Maar het is waarschijnlijk dat Bruin erbij is.´ Ed wierp een blik op de rug van zijn rechterhand, die hij met gebogen arm voor zich uit hield. De hand trilde oncontroleerbaar. Hij balde de hand tot een vuist, en vervolgde ; ´het autopsiecentrum van Haga wordt gebruikt door de binnenlandse veiligheidsdienst. Slachtoffers van de treinramp, en de overstroming zullen worden overgebracht naar lokale uitvaartcentra, of, in het geval de slachtoffers niet ter plaatse kunnen worden geidentificeerd, naar een van de twee MCH opleidingsziekenhuizen.´ hij hoorde Petra grommen. ´Hoe weet je dat allemaal?´vroeg ze. Ed trok zijn wenkbrauwen op. Hij moest zich inhouden. De aandrang om te vragen waarom Petra zelf niet op de hoogte was van de standaard procedures, die in de Haagse rampenplannen waren opgenomen, was erg groot. ‘Het is mijn vak.’ zei Ed. Zijn mond vertrok. Hij had in zijn oren te verbeten, te kortaf geklonken. Met een schuine blik keek hij naar de telefoon, in ietwat angstige afwachting van Petra´s reactie.
Petra was naar haar auto gelopen, en had de achterklep geopend. Ze trok met haar linkerhand een grote bruine envelop uit een van de twee ambtskoffers die in haar kofferbak stonden. Haar vertrouwde ambtskoffers. Die versleten, verveelde tweeling vol beleidplannen en budgetten. De opengeklapte koffer gaapte haar de famillaire geur van versleten leer tegemoet. ‘Ik zal kijken wat ik kan achterhalen.’ zei ze in de telefoon. Haar stem had zich weer hersteld, hetgeen bijdroeg aan haar zelfverzekerdheid. Ze verbrak de verbinding, en liep terug terug naar de hoofdingang van het Haga ziekenhuis.
Petra liep langs de schuifdeur, waarachter de brancards waren verdwenen. De lichten achter de smalle deur waren weer gedoofd. Het leek alsof de brancards daar nooit naar binnen waren gedragen, het leek alsof ze naar een in onbruik geraakte personeelsingang keek.
Ze liep door naar de hoofdingang, en liep door de draaideur en doelgericht naar de informatiebalie. Daar toonde ze de envelop die, zo vertelde Petra de verbouwereerde, jeugdige portier achter de balie, ‘belangwekkende informatie aangaande de klus die zojuist was binnengedragen voor de dienst doende patholoog anatoom´ bevatte. Ze vertelde daarbij niet dat de envelop een ambtelijke studie naar de financiele vooruitzichten van het streekvervoer in de zuidelijke provincies verborgen hield. Ze blufte zoals ze nog nooit had gebluft. Ze werd, zoals eerder op de dag, niet door rede, maar door adrenaline aangestuurd. Risico's op schandalen en kamervragen kwamen niet eens in haar op.
De portier pleegde een telefoontje. Daarna viel een stilte. Petra stak de envelop onder haar arm, en vroeg de portier naar de stand van zaken in het ziekenhuis, gezien de overstroming. De portier haalde kort zijn schouders op, en hield zijn handen open gehouden naar Petra. ´Mijn dienst is net begonnen. Ik heb geen idee. Gezien de drukte hier… ´, de portier wuifde met zijn rechterhand langs de informatiebalie, ´.. zal het wel meevallen.´
Achter haar klonk een iele beltoon, die de aankomst van een lift aankondigde. Petra keek om. Een millitair stapte uit de lift. De envelop gleed onder haar arm vandaan, viel schuisnweg op de gladde vloer, en schoof tegen de informatiebalie aan. ´Caldwell?´ vroeg ze. Ze voelde dat haar mond bleef openstaan.
Maar ze vroeg naar de bekende weg. Petra’s brein had nu de naam met de man die zij eerder had herkend, toen de brancards werden binnengedragen, verbonden. Caldwell had zijn zwarte overjas ergens achtergelaten, en stond voor haar in zijn uniform. Zo herkende ze de adviseur van Bruin onmiddelijk. Johnsie, werd hij genoemd, maar alleen in de wandelgangen, bij koffie-automaten, in onderonsjes en op onderling uitgewisselde Post-It memo’s.
Johnsie. Nooit in zijn bijzijn, werd hij zo genoemd. De volledige naam van de rijzige millitair was John C. Caldwell. De John C. werd in het, op angelsaksiche wjze uitgesproken, Nederlands tot Johnsie teruggebracht.
John C. Caldwell leidde het onderzoek. In Petra’s hoofd vielen een paar puzzelstukjes samen. Bruin was inderdaad een slachtoffer. Vermoedelijk het slachtoffer van een aanslag.
Ze begon heel voorzichtig: "Ik weet dat we nooit de grootste vrienden geweest zijn, John, maar ik zag net twee lijkzakken naar binnen gaan, kun je mij ook vertellen wie naast Bruijn die andere is." John Kuchte een beetje formeel en zette zijn Pet recht:
"Mw de fractie voorzitster, ik hou van U directe manier van communiceren, we kunnen zelfs nog wel wat mensen als U gebruiken in onze kringen." Meer beleeft dan gemeend antwoordde Petra; "Dat is erg aardig van U, maar laten we onze aandacht richten op vandaag, wie gingen daarnet naar binnen."
"Koppig vrouwtje"; ging John C verder
"Hij dacht er even over na dat hij vrouwen met pit toch wel erg bewonderde en hij ze zo het liefst had, jammer dat deze zo verdomd 'groen' was, ja, en niet legergroen, grapte hij naar zichzelf" opdat hij even later met een glimlach op zijn gezicht tegenover Petra stond. Wiens gezicht een stuk minder vrolijk stond, voelde zich nu een beetje in de maling genomen,
"John C, zullen we een beetje serieus en/of professioneel blijven" snibde Petra nu,
John C vertelde nu in zijn eigen woorden wat hij had gezien vandaag, inclusief dood van de secataresse, maar natuurlijk alle geclassificeerde informatie eruit latend,
"Mijn taak is uit te zoeken wat hier gebeurd is" zijn toon was opeens weer heel serieus, nog voor hij zijn verhaal kon afsluiten vroeg Petra heel snel en heel brutaal: "Wat hebben jullie al gevonden", wat niet haar normale manier is van communiceren, hierdoor raakte John C zichtbaar een beetje van streek,
"nou uh..." probeerde hij nog pseudo-officieel, maar hij kon zijn zin niet afmaken, want officieel wist hij ook nog niets,
Petra vervolgde weer in haar journalistieke snelheid met: "Dat is niet zo heel veel, we zijn wel efficiënter van jou gewend, Meneer Caldwell".
Ze vatte het even samen voor deze officier: ‘De minister en de secretaresse van de MP zijn dood gevonden, nadat zijn alle protocollen in wering gegaan en is de Mp afgevoerd en bent u van de legerstaf benoemd tot leider van het onderzoek, echter heeft u tot op dit moment nog geen enkele clue. “: Ze keek heel zelfgenoegzaam na deze opsomming.
John Caldwell besefte nu heel goed dat hij snel met het één of andere lul verhaal moest komen om de gemoederen enigszins tot bedaren laten komen.
Hij zei echter voor nu: ”Dat klopt mevrouw”
Met fronsende wenkbrauwen zei Petra nu:”Waar om wordt de politie niet gewoon ingeschakeld voor dit onderzoek, ze hebben veel meer ervaring dan jullie, met dit soort dingen”
John keek opzij. Een misprijzen schoof over zijn gelaat, hij veegde kort met een wijsvinger over zijn voorhoofd. ‘De rijksrecherche is bezig op de plaats delict. Ik ben hier om de eerste resultaten van de autopsie te horen.’ zei hij. ‘Aha.’ zei Petra, en ze viel stil. Ze schrok op door een kort repeterend piepgeluid. John gristte een telefoon van zijn broekriem. Petra wierp, terwijl John het beeldschermpje van zijn mobiel begon te bestuderen, een volgende vraag voor John zijn voeten. ‘Waarom ben jij dan hier, en niet bij de autopsie? ` John inhaleerde diep door zijn neus.‘Je bedoelt, waarom komt de patholoog anatoom zijn belangrijke gegevens niet zelf ophalen?` zei hij. Hij wierp een schuine blik op de bruine envelop die op de vloer, tegen de balie geschoven lag. Hun blikken kruistten, en Petra kon een halve grijns niet onderdrukken. ´Dat was een truukje.´ zei ze. `Je meent het.´John had niet sarcastischer kunnen klinken, en hij vervolgde : ´Ik kwam kijken wie ons wat probeerde wijs te maken. Ik had verwacht dat ik een journalist op het verkeerde been moest gaan zetten.´ Er viel een stilte. Petra tuitte haar lippen. ‘In plaats daarvan krijg je nu de kans mij op het verkeerde been te zetten.´ Ze keken elkaar aan. John zijn blik was blanco. Zonder oordelen. Ze had gevraagd om proffessionaliteit. Hij had die order opgevolgd.
´Krijg ik beveiliging?’ vroeg Petra. John schudde zijn hoofd. ´Alleen als de minister president iets overkomt. Die kans is momenteel erg klein.’ Petra knikte. ‘Mooi.’ zei ze. De toon van het gesprek was bijna aimabel geworden. Petra voelde dat de spanning uit de lucht was, en dat ze door de overdonderende omstandigheden van deze dag te delen hun verleden even konden vergeten, of althans korstondig konden negeren. John nam opnieuw het woord. ´Om op je vorige vraag terug te komen, het punt is…´ zei hij, met zijn opengeklapte telefoon zwaaiend, ´de patholoog anatoom zat thuis in bad. Hij is hier zojuist aangekomen.´
Petra bukte zich om de envelop op te rapen.
Plotseling krastte de wat zeurderige stem van de portier door de ruimte. ‘Zeg meneer..’ zei hij, en John keek verstoord naar hem om. Petra rechtte haar rug iets op, om een blik vlak over de balie in de richting van de portier te werpen. Haar handen grepen blind naar de envelop. De man achter de balie wees met zijn rechterhand naar de opgeheven linkerhand van John, en vervolgde op bitse toon. ‘wilt u hier geen gebruik maken van uw mobiel?’
Petra keek om naar John. Deze hield zijn blik strak op de portier gericht, en klapte zijn telefoon dicht. ‘Excuse me.’ zei hij. Petra trok haar wenkbrauwen op. Zijn Nederlands was vrijwel accentloos, maar in zijn Engels hoorde ze plotseling zijn zware Amerikaanse accent weer terug. Ze wist niet zeker of John zich tegenover de portier had geexcuseerd, of tegenover haar, maar hij liep zonder verder om te kijken terug naar de lift. ‘Wees voorzichtig.’ zei John, zonder om te kijken. ‘Het is een gevaarlijke dag voor hoogwaardigheidsbekleders.’ Petra vloekte binnensmonds. Onderkoelde klootzak. Onder deze omstandigheden zo´n uitspraak doen. Of… misschien waren het de omstandigheden die hem zo deden reageren. Ze dacht aan de twee slachtoffers, die bleek en levenloos op metalen tafels op hem lagen te wachten.
Petra rolde de bruine envelop op tot een koker, en sloeg daarmee tegen haar rechterdijbeen. Haar benen voelden moe. De liftdeuren schoven dicht, en John, zijn rug nog steeds naar haar gekeerd, verdween uit het zicht. ´Chocolate Chimp in a monkeysuit.´ mompelde Petra hem na. Tot haar verassing hoorde ze vertedering in haar eigen stem doorklinken. Dat deed de belediging, ondanks het rascistische venijn dat ze er in gelegd had, als een lachwekkend leeglopende ballon door de hal suizen, en betekenisloos aan haar voeten neerploffen.
…
Casper Hendrix had zich uit het crisisoverleg terug getrokken om met Ed te bellen. Maar veel nieuws kon hij niet melden. Casper kreeg het meest opmerkelijke nieuws van Ed zelf te horen, die zijn televisie had afgestemd op het televisiekanaal waar de publieke omroep nog altijd bezig was met een marathonuitzending over de treinramp. De overstroming was, toen het waterpeil begon te zakken, en de omvang van de overstroming vrij beperkt bleek te zijn, steeds verder op de achtergrond geraakt. ‘Ze hadden net een boer aan de lijn die zweert dat het water niet door de dijken, maar vanuit de grond op kwam borrelen. Van vanonder het land zelf, zoals hij zei. Zijn tractor is tot zijn assen weggezakt in de blubber, nog voordat zijn hele akkerland onderliep.’ Ed hoorde Casper gnuiven. ‘Was dat een hennepboer?’ vroeg hij. Ed grijnsde, en antwoordde, ‘Hij klonk erg zeker van zijn zaak. Of eerder… Verbouwereerd en kwaad. Zijn oogst is naar de kloten.’ Hij boog zich voorover naar zijn telefoon. ‘Ho. Wacht even. Petra op lijn 2.’ Casper vroeg Ed hem in het gesprek te houden. Dat had hij niet hoeven vragen. ‘Petra, Ed hier, en Casper is ook op de lijn. Weet je al wat meer?’
Petra bracht de twee op de hoogte. John Caldwell leid het onderzoek. Henk Bruin is dood. De ander was de assistent van de minister president.
Geen van drieen kon op haar naam komen.
´Goed jongens. Wat doe ik hiermee?´ vroeg Petra. Maar ze wist het antwoord al, nog voordat Casper het gaf.
´Niets mee doen. Alles is nog onbevestigd.´ Ed vulde hem aan. ´Duidelijk is dat er vandaag historische zaken zijn voorgevallen, waar jij, Petra, middenin hebt gestaan. Je hoeft de pers niet te woord te staan, je daden hebben alles al gezegd. We hoeven nergens een draai aan te geven. Jouw rol is de meeting met Cornelis in te gaan, en de feiten zoals ze daar naar voren worden gebracht te combineren met de feiten zover we ze nu kennen.´
´Feiten combineren. Okay. Maar niet in de meeting dus.´ concludeerde Petra. Ed stemde in, en vervolgde ´In de meeting beperk je je tot de gebeurtenissen rond de treinramp van deze middag, en na de meeting...´ Petra onderbrak hem. ´beperk ik me tot mijn medeleven aan de families van Henk en… de assistente van… Shit. Dat gaat niet werken… ´ Ed opende een chatsessie op zijn laptop met een van zijn stafleden. ´Ik achterhaal hoe ze heette en zet haar naam naar je door.´ zei hij.
Casper vroeg of ‘Petra niet een actievere rol in het onderzoek op zich moest nemen.‘
‘Neeneenee..’ viel Ed hem in de rede. ‘Nee. We laten de recherche hun werk doen. Als die vraag op zou komen, wat ik niet zie gebeuren, maar als de vraag op komt, dan spreken we ons volste vertrouwen uit…’
’Ons vertrouwen? Waarin?’ vroeg Petra. Ze kneep haar lippen op elkaar, en schudde kort haar hoofd. Ze had meer op het verkeer gelet dan op de conversatie, en ergerde zich aan het feit dat ze de draad van het gesprek was kwijtgeraakt.
’Ons rechtssysteem!’ riepen Ed en Casper in koor.
"Maar" vervolgde Petra stoïcijns. "Hoe gaan we nu verder...?"
" Ben je al vergeten van de meeting met Binnenlandse zaken, Petra?" : vraagt Ed een beetje plagend.
Petra behoorlijk gestrest nu:"Ach fuck, ik ga proberen een taxi te vinden, met mijn eigen auto ga ik het zeker niet redden "
Ed zette ondertussen de tv aan op zijn mobiel en ging ook op weg naar de meeting met de ambtenaar van het ministerie van binnenlandse zaken, dit was waarschijnlijke de hoogste persoon die op dit moment beschikbaar is om Ed's partij voor te lichten over de stand van zaken nu,
nu ook dat Ed wat tot rust gekomen is begint de peniebele situatie door te dringen, veel te veel water in de polders, een trein ongeluk die de Nederlandse verwachtingen ontstijgt. En dan twee mensen uit het torentje dood, dat kan waarschijnlijk geen toeval zijn en zo redeneert hij moeten ze wel een handje geholpen zijn, de minister van defensie stond bekend als een man die bijna nooit dronk, niet rookte en behoorlijk wat aan beweging deed, het kon bijna geen gezondheidsprobleem zijn, was dit een dezelfde als de jonge jongen die in een vlaag van verstandverbijstering de leider van een jonge partij... die een hoop ketelmuziek had gemaakt... had doodgeschoten,
maar ja de minister van defensie was nauwelijks op het nieuws geweest. En hij had geen enkele reden gezien dat hij juist nu een tegenstander zover had kunnen krijgen hem te vermoorden en helemaal nu met deze chaos, hoe meer hij erover nadacht hoe verwarrender het allemaal werd en de scenario’s schoten door hem heen als antimaterie deeltjes door de aarde, zonder ook maar kant dan wal te raken, raasden za door zijn kop....
Petra ondertussen die door ijverig zoekwerk toch een taxi had kunnen vinden, was ook behoorlijk verward geraakt toen ze even de kans kreeg om rustig te zitten en na te denken, echter kreeg ze die kans niet lang, de taxi bestuurder die Petra al eerder had vervoerd herkende Petra en begon opeens heftig te schreeuwen "op de grond, op de grond": tegen Petra,
Op het moment dat Petra realiseert wat er gebeurd en probeert op de grond te geraken, komen de eerste kogels binnen in de taxi, het maakte een hels lawaai en Petra probeert dieper te bukken op de grond terwijl ze voelt dat de Taxichauffeur gas geeft, gelukkig kent hij deze buurt, en diep gebogen op het stuur probeert hij de meest kleine straatjes door te rijden om de achtervolgers geen kans te geven naast hem te komen rijden, hij heeft een plan, het eerste wat bij hem opkomt is richting het politie bureau, dat zou de schutters iig wat voorzichtiger laten worden, met piepende remmen en een schreeuwende Petra de Taxichauffeur vervolgde zijn reis, hij was nu nog zon 5 minuten van het grote politie bureau vandaan, en moest nog ongeveer een grote weg van 500 meter komen. “Gaat t Petra ” Vraagt de chauffeur deels bezorgt deels in grote stress. “J-J-J-aaaa hoor ”: stottert Petra, die geen idee heeft wat er gebeurd om haar heen, wie in hemelsnaam met een gezond verstand zou haar dood willen, Pieeuw. Pieeuw daar fluiten weer twee kogels de taxi door …
“Wat is je plan ”: vraagt Petra heel erg bedeesd
Dat was niet heel veel verder dan het politiebureau, maar de enige mogelijkheid die de lange, brede straat die hij nu afreed hem openliet was langs een smalle winkelstraat met veel horecagelegenheden. De chauffeur gromde. ´Okee dan. Maar dit word lastig...´. Zijn gehavende mercedes schoot langs het politiebureau. Hij zag in de achteruitkijkspiegel aan zijn linkerkant zwaailichten aanspringen. ´Mooi.´ zei hij, en hij stuurde zijn auto een haakse bocht in. De achterwielen gleden kermend over het wegdek, een vaalgrijze rookwolk achterlatend. Hij reed door een rood licht, en sloeg linksaf, met alle macht een voetganger ontwijkend, die in doodsangst een katachtige sprong maakte naar de stoep waar hij nietsvermoedend af was gestapt. De chauffeur gaf gas, haalde met een relaxed ronkende zescilinder onder de motorkap drie auto’s in, die met knipperende lichten en getoeter hun misnoegen kenbaar maakten over zijn rijgedrag, en hij sloeg rechtsaf de zo gevreesde smalle straat in.
Luid toeterend jaagde hij een groep halfdronken jongeren uiteen. Een vuist sloeg tegen een zijraam. Gevloek en gescheld in Haagse tongval mengde zich in de kakafonie. Maar veel sneller dan hij gedacht had zag hij reeds de afzetting voor het binnenhof. Oranjewit gestreepte pilonnen. Mensen in geel fluorescerende kledij en zwaaiend met fluorescerende staven. ´Hou je vast.´ zei hij tegen Petra. Hij crashtte door de afzetting. Hij dacht iemand te raken. Hij vloekte, remde, trok aan zijn stuur, en verloor voor het eerst van zijn leven de controle over zijn auto. De achterkant van de wagen zwaaide uit, alle wielen leken te blokkeren, en met een doffe knal en gerinkel van glas kwam hij tegen een van de zware bloembakken op het binnenplein tot stilstand. Zijn hoofd klapte tegen het zijraam. Terwijl hij, knipperend met zijn ogen, aan zijn hoofd voelde en op zijn handen zocht naar sporen van bloed, zag hij zich vanuit zijn ooghoeken omringd worden door figuren in fluorescerende jacks, die met uitgestrekte armen naar hem wezen. Er klonk luid geschreeuw. Zijn wagen was hondertachtig graden gedraaid. Door zijn voorruit, voorbij kijkend aan het gapende gat dat hij in de afzetting had gereden, zag hij een kleine witte auto voorbij stuiven. Gevolgd door een politieauto, die met zwaailichten en een nerveuze sirene de achtervolging had ingezet. Toen was het alsof er zware gordijnen voor zijn ogen werden geschoven. Het geschreeuw en de paniek om hem heen verwerd tot een verre echo, en er viel een wattige, doffe stilte in zijn hoofd.
Ed was ook nog op weg naar de raadsvergadering en had er alle hoop op dat vanavond alle mist zou verdwijnen en dat het helder zou worden, er zal vast een volkomen logische verklaring voor zijn, dat alles verklaard, en dan zou hij zijn plannen voor de toekomst weer kunnen oppakken, carrière maken eerst als woordvoerder in Den haag en dan hup de overstap maken naar het bedrijfsleven of een leuke stichting met een goed doel, al hat harde werk zal dan worden uitbetaald worden voor hem, hij ziet zichzelf al vaak als woordvoerder voor een groot energie- of oliebedrijf, waar de komende jaren grote veranderingen aankomen, allemaal geënt op een beter milieu, iets wat goed aansluit bij zijn idealen, hij zou al zijn stokpaardjes van stal kunnen halen en tekeer gaan tegen die starre conservatieve bende die nu nog veelal de dienst uitmaken bij de grote olie reuzen van vandaag de dag.
Hij was nu dichtbij gekomen van het Binnenhof waar de meeting zou plaatsvinden, hij hoorde een kakofonie aan geluiden en zag een hoop zwaailichten.
Hij schrok zich voor de zoveelste keer vandaag te pletter, hij zag een taxi staan met een hoop ambulance personeel ernaast, dit zal Petra toch verdomme niet zijn, hij zette zijn auto dichtbij de taxi en nadat hij aan drie verschillende mensen zijn identiteitspapieren had laten zien was het in orde en kon hij naar de taxi lopen, het was eigenlijk meer snelwandelen, toen hij bij de taxi aankwam zag hij het bloed aan het linker voorportierraam, en toen hij een blik naar achteren worp zag hij Petra net bijkomen vanuit haar buiten bewust zijn.
Met een niet te onderdrukken opgewondenheid schreeuwt Ed nu bijna: “Wat is verdomme nu weer met jou gebeurd?, wat is er hier in vredesnaam allemaal gebeurd, houd het dan helemaal niet meer op.” Zijn stem klonk nu als iemand die snel in zal gaan storten.
Petra die verbaasder was als haar publiek zegt: “Ze probeerde mij in de taxi te vermoorden.”
Collega’s van de agente begonnen pilonnen rond de auto en de gehavende bloembak te plaatsen. Een mobilofoon kraakte. ‘2413, hier HB, over.’ De agente hield haar mobiloon weer op. ‘HB, we hebben assistantie nodig. Code 12, er is melding gedaan van open vuur. Ik herhaal, code 12.’ Ed zag Petra haar handen vouwen in haar schoot. Hij keek weg. Langs de afzetting zag Ed een brommer voorbij rijden. Een rode kist achterop. Een pizzakoerier. Hij bedacht dat hij nog niet had gegeten, deze avond. Maar dat was niet de reden voor de knoop in zijn maag.
De mobilofoon kraakte opnieuw. ´2413, hier HB. Verzoek bevestiging.´ De agente zuchtte. ´HB, dit is de 2413. Code 12, ik herhaal, code 12.´ Ze verbrak de verbinding, en hing de mobilofoon terug aan haar riem. ´Achmed!´ riep ze. Een jonge agent die wat verveeld tegen een pilon liep aan te trappen, keek naar haar om. ´Niemand, behalve die vier daar,´zei de agente tegen hem, wijzend naar Petra en haar gezelschap in de Mercedes, ´komt met zijn vingers aan die auto. Kun jij daar voor zorgen?‘ De agent knikte, zei ‘Yep.‘ en schoof de pilon met zijn voet wat verder van de auto. De agente richtte zich tot Ed.
Nu ze wist dat ze weer relatief veilig was begon Petra weer een beetje bij zinnen te komen, ze liep wat verdwaasd op het plein rond nog behoorlijk ontdaan en in een vreemde staat van shock, maar ze kon nog wel nadenken, van alles ging er nu door haar hoofd, ze was vooral heel erg zenuwachtig en heel erg onrustig, haar rondlopen ging meer op ijsberen lijken, langzaam begint de waarheid door te dringen, de ramp, het overlijden van een minister en een moordaanslag, was het eerst nog spannend nu wordt het opeens vreselijk zwart allemaal ze beseft dat de wereld veranderd is, de wereld die zo, zo vertrouwd was een beetje bakkeleien met de andere politieke partijen waarbij de uitkomst meestal al voor 90% vast stond niets spannends niets onverwachts, nu was alles anders, ze was nu opgejaagd door mannen (en niet op de normale prettige manier) met vuurwapens, dit ziet ze normaal alleen in films al zou ze al dat soort films kijken, ze weet er geen raad meer met alle indrukken van de afgelopen 24 uur, en één vraag dringt zich de gehele tijd op WAAROM, WTF wat had zij of haar partij gedaan omdat over zich heen te krijgen, nu weer d ook een blinde wouede langzaam zichtbaar voor haar, ze schreeuwt naar Ed, “Ed wat voor de godverdegodver is hier aan de hand, als ik niet snel wat antwoorden krijg dan dan dan…“
Ed draait zich nu weg van de Agente, “Petra is alles in orde”, nu hij de zin uitsprak hoorde hoe verschrikkelijk stom dat klonk, “nee natuurlijk is niet alles in orde”; denkt Ed bij zichzelf’ Petra loopt inmiddels rood aan : “Ed wat voor de duivel denk jezelf, ben je godverdomme wel helemaal goed bij je hoofd.” Petra die zich zelf nu helemaal opblaast en voor Ed gaat staan: “het is dat ik al zoveel met je meegemaakt hebt, maar anders had ik je nu meteen bij je ballen gepakt en ze eraf gedraaid.” Jij gaat nu met mij naar die meeting anders anders anders, godver je gaat nu mee”
Ed die Petra nog nooit zo had meegemaakt wist (ook al had ie dat zelf ook wel begrepen) dat het nu echt serieus was , “Petra we gaan nu naar de meeting , en we gaan zorgen voor wat antwoorden.”
“spreek u later agent”
Op dit moment komt er een toeristachtige man op de plek aan en zegt tegen Ahmed: “zeg agent” . Hij zegt het echter op zon vrolijke manier dat zelfs Ahmed die net nieuw is in de politiemacht het een beetje verdacht begint te vinden, “MMMjah“ zegt Ahmed ”
De man haalt een kaart te voorschijn…
Petra gristte op de gang de indringend ratelende telefoon uit haar tas, en drukte de beller weg. ´Nu niet.´ gromde ze. Ed keek haar aan. Petra keek hem aan. Ze schudde haar hoofd en verzuchtte `Wie zou het op mij gemunt hebben?´
´Wie ze ook zijn´, zei Ed, ´ze hebben het niet op jouw gemunt. Maar op de positie die je bekleed.´
Ze vervolgden hun weg naar de vergaderruimte. ´Je bedoeld dat ik het niet persoonlijk moet nemen.´ haar stem trilde ´maar dat valt niet mee als ze op je schieten.´ Ed legde een hand op haar schouder. Petra versnelde haar pas, en Ed´s hand viel terug. Hij wreef ongemakkelijk met die hand onder zijn neus en om zijn mond. Hij voelde zijn baardstoppels. Het was een lange dag. ´Ben je er klaar voor?´ vroeg Ed. Petra schoof zwijgend de band van haar tas hoger op haar schouder, en stapte gedecideerd de hoek om, richting de vergaderzaal. ´Dat is een ja.´ mompelde Ed, en liep haar achterna.
Hij stapte de vergaderzaal in, waar hij Petra plaats zag nemen naast Cornelis Wittebrood, de minister van binnenlandse zaken, die namens het kabinet deze sessie had belegd. De invite sprak over informatie over de laatste stand van zaken delen. Ed vond een plaatsje langs de zijkant van de kamer, tussen de secretaris van Cornelis en een wat bonkige defensie adviseur van middelbare leeftijd. Hij knikte de adviseur toe. Ed kon niet op zijn naam komen, terwijl deze zeker al zo lang in Den Haag rond liep als Ed zelf. Hij klemde zichzelf tussen die twee in, tot hij met zijn rug tegen de dunne systeemwand aan kon leunen. Een staanplaats. Een vlieg op de muur, dacht hij bij zichzelf.
De stem van de minister president kwam uit een driehoekig kastje dat midden op de tafel stond. ´Heeft Caldwell al ingebeld?´ vroeg hij.
"ja dank u wel zijne Mumumbrmumr" mompelde de Minster, "allereerst moet ik opmerken dat we als Nederland inderdaad in een hele vreemde situatie zijn terecht gekomen en ik zou allereerst willen voorstellen om de noodtoestand uit te roepen." Nu waren er echt veel “oohhs” en” aahs” te horen. "Joh licht ons eerst eens goed in voor je paniek loopt te zaaien schreeuwde iemand uit de zaal" Als ik het goed zie was dat Ed die als een van de weinige de goede raad van de minister president opvolgt,
"Ok”: vervolgde de minister enigszins rood aangelopen, van de spanning en van de onrust in zijn hoofd, "Ten eerste:": De minister begon zich weer enigszins te herpakken,
"De dijk doorbraak die we eerder dachten te herkennen is in werkelijkheid geen dijk doorbraak, maar op een of andere manier komt het zoute water uit de grond onder de polder, het vermoeden is dat dit zoute water uit een pijpleiding komt echter kan geen enig ministerie op dit moment uitsluitsel geven over de soort pijpleiding, die daar zou kunnen liggen we zijn hier nog naar aan het zoeken, op dit moment zijn er wel engineers toe naar het gebied om de pijpleiding dicht te maken, en Rijkswaterstaat lijkt in staat te zijn om te beginnen met het leegpompen van de polder':Zei hij enigszins schamper
Casper Hendrix sloeg wat a4’tjes om, die hij voor zich op zijn bureau had liggen, en schraapte zijn keel. ‘Is iemand op het idee gekomen om bij het kadaster te checken over welke pijpleidingen we het hier ehmm…?’ vroeg hij. ‘We zijn links en rechts aan het informeren.’ kapte Cornelis hem af. Casper maakte zijn zin af, om een punt te maken. ‘hebben?’ Petra grijnsde. Casper was een slim debater, met een uitzonderlijk taalgevoel, en een onovertoffen eigengereide humor. Soms haalde zijn kwajongensachtige kwinkslagen het bloed onder haar nagels vandaan, maar dat de jonge staatssecretaris onder deze belachelijke omstandigheden consequent bleef spelen met de conventies deed haar plezier. Het gaf een vertrouwd gevoel.
De speaker voor haar gaf een paar korte kraakjes. `Caldwell` sprak een stem, gevolgd door een korte piep. De Minister President nam het woord. `John, goedenavond. We zijn net begonnen. Wat zijn de laatste updates van jouw kant?`
`Goedenavond. Is Petra er ook?´
Petra schoof weer naar voren, met opgetrokken wenkbrauwen, en haar handen vragen geopend ´Ja John?'
´Ik heb goed nieuws.´ zei John. Petra wist wat hij ging zeggen. ´Ik krijg beveiliging.´ mompelde ze.
´Inderdaad. De T.R. heeft een tweetal kogels uit je taxi opgediept.´ Er viel een doodse stilte in de vergaderzaal. Alle ogen waren op Petra gericht. Dit was een update die meer impact had dan de pijpleiding. Dit betrof een van hen. Dit was, net als de dood van de minister van Defensie, opnieuw te dichtbij.
´T.R.?´vroeg Ed, bijna fluisterend. ´Technische recherche.´ antwoorde Cornelis, zonder zijn blik van het bleke gezicht van Petra af te laten dwalen.
Ed probeerde nog enigszins link: "Waartegen gaat Petra dan beveiligd worden"
John was nu heel kortdaad: "Met alle respect ministerraad, wij hebben beveiliging experts die al over de gehele wereld belangrijke mensen hebben: 'Helpen' beveiligen, zij zijn op alles voorbereid en kunnen in principe met elk gevaar neutraliseren"
Petra zat inmiddels met open mond te luisteren, "Zeg beste meneer de Generaal, wat als ik dat nu niet wilt": schreeuwde ze vrij kinderlijk door de ruimte.
De minister President nam nu het woord: "Petra we hebben het hier al over gehad, ik wil niet dat er ook nog maar één haar gekrenkt wordt van mijn ministerraad.”
“We hebben het helemaal nergens over gehad, ” met een verontwaardigde blik keek Paula nu de kamer rond.
De minister president enigszins geprikkeld nu: “Dat klopt niet jij maar wij van het veiligheids- comité, zijn er over uit dat wat we nu nodig hebben is soliditeit en rust.”
“Fijn dat jullie samen even over mijn leven hebben beslist “: brieste Petra nu.
Ed bemoeide zich er ook nog maar even mee: “Minister President, fijn dat U zo snel dit heeft aangepakt, goed dat Petra nu beveiligd is, ik weet zeker dat als Petra weer een beetje kalm is dat ze dan heel blij is met deze voortvarende stappen” Ed knikt even snel naar Petra.
Petra gaf nu snel met nors gezicht ook haar toestemming: “Ja fijn en bedankt..”
Ze wist nu niet goed meer over hoe zich te gedragen.
Ed wist dat nu tegen de MP ingaan geen enkele zin heeft en alleen maar schade doet aan de kostbare tijd en het imago die ze hebben in de minsterraad.
Dus Caldwell vervolgde: “De Technische Recherche zal hopelijk vandaag nog komen met meer details over de herkomst van de kogels, type wapen enzovoorts, Verder lichtten we elke internationale terreur orginisatie door, welke middelen en manschappen genoeg heeft dit aan te pakken."
"En wat zijn de bevindingen tot dusver...?":.......
Caldwell nam het woord. "Dat klopt. Het past ook niet in hun profiel. Al-Qaida's terreur is grootschaliger, en op het publiek gericht. Deze organisatie is verfijnder en in zekere zin gevaarlijker. Ze hebben bijvoorbeeld toegang verkregen tot het binnenhof." Cornelis boog zich naar de speaker. "Weten we al hoe ze dat gedaan hebben, John?" Hij klonk schor. "Ja. Ik heb zojuist bevestiging gekregen van het feit dat Klara Kruiningen vanmiddag bij jullie binnen is gekomen." Casper Hendrix keek op uit zijn papieren. "Van de catering?" vroeg hij. Caldwell vervolgde ; "Zij werkte voor Eurest, is laat in de ochtend om het leven gekomen bij een auto ongeluk, en heeft daarna doodleuk bij jullie de koffie rondgebracht." Iemand vloekte. Petra keek om zich heen, om te kijken wie er zo had gereageerd. Tot ze besefte dat het de minister presdient was. Zijn stem galmde uit de speaker voor haar, en ze deinsde onbewust achteruit. "Ik ben haar vanmiddag tegen het lijf gelopen op de gang! Die koffiejuf. Blond, vrij lang, en zeker geen Klara." Hij vloekte opnieuw. Een paar mensen langs de kant van de kamer krompen ineen. -Je kan de christen democraten er zo uitpikken- bedacht Ed zich.
"Dat ik daar verdomme niet eerder aan gedacht heb! Iemand hier heeft me de afgelopen twee uur constant aan de kop gezeurd over wat er 'anders was aan de dag van vandaag'... maar die blonde is niet bij me opgekomen." Blijkbaar verzonk de MP in gedachten, en keek hij even weg van zijn speakerphone, want zijn stem zakte bijna weg in ruis. "...terwijl het toch een vreselijk lekker ding was..." meende Petra te verstaan. Petra keek op naar Casper. Het was onmiskenbaar. Casper had hetzelfde verstaan. Ze schoof een hand voor haar mond en boog voorover.
De ruis uit de speaker vermengde zich met het ruisen van de wind door de bomen langs de hofvijver. De verkoeling van de nacht had de atmosfeer eindelijk weer in beweging gezet. Petra zag Ed zijn telefoon openklappen. Ed zag dat het bijna half twee was.
Caldwell nam opnieuw het woord. "Meneer de minister president, ik wil u verzoeken het signalement tot in detail door te spelen aan Hendrik. Dat is de man die u aan de kop heeft lopen zeuren. Dat heeft nu prioriteit." Cornelis knikte. "Dat geld ook voor diegenen onder ons die haar gezien hebben. Ik wil hen verzoeken hier te blijven. De rest van jullie mogen gaan. Morgen om negen uur hervatten we. Er gaat via mij deze ochtend nog een persbericht uit. Morgenmiddag om twee uur informeren we de kamer over de situatie." Het geroezemoes in de kamer nam toe. Mensen begonnen onderlinge gesprekken aan te knopen.
Petra trok haar wenkbrauwen op. "Nemen ze daar genoegen mee?" vroeg ze verbaasd aan Cornelis. Ze doelde op de timing van het debat met de kamer. Hij knikte. "Iedereen begrijpt dat het onderzoek prioriteit heeft boven de informatievoorziening." Petra mompelde. "Dat is nieuw." Cornelis glimlachte. "Dit zijn nieuwe omstandigheden." zei hij.
Jones, niet de doorsnee FBI agent, maar een nog zenuwachtige man, die door vele politieke wisselingen in de afgelopen jaren zijn voordeel heeft gedaan en zich zo omhoog heeft doen laten vallen, hij had ook nog maar nauwelijks ervaring onder hoge druk en dat liet hij op veel manieren merken, dit was de eerste keer dat hij bij de President werd gevraagd, hiervoor was hij nog helemaal niet klaar, hij moest elke keer op de toppen van zijn kunnen werken, bij deze hoge profiel zaken. Hij stond dan ook zenuwachtig om zich heen tekijken en kuchte onregelmatig en wiebelde een beetje heen en weer.
Wat kan je ons berichten from the "loaw-lands" easy mission, I guess, those stupid Cheeaseeater and cowfuckers shouldn't give you too much of a problems did they?
The president probeerde zo populair and easy going over te komen als maar mogelijk, omdat hij ook wel besefte dat hij deze keer echt te ver was gegaan en een en ander met gemak uit de klauwen kon gaan lopen. Hij probeerde een en ander te maskeren door zo comfortabel als mogelijk over te komen. Er was natuurlijk geen enkele reden om zijn vrezen te delen met alle agencies.
"Nou dat is te zeggen" begon Jones ietwat ongemakkelijk, "Er zijn een paar meer slachtoffers gevallen dan we gepland hebben."
De president lachte een beetje minzaam. “We hebben de koffie Juffrouw en een extra secretaresse moeten omleggen om onze agente uit Den Haag te krijgen”
De president nu laaiend: “Je bedoelt dat het nu niet meer op een ongeluk lijkt, hemel, wat… oh god, er zal nu dus gezocht gaan worden door hun naar een dader en alles de hele santenkraam wordt van stal gehaald, We kunnen ons nu geen algehele oorlog met europa veroorloven. Kunnen jullie dan helemaal niets."
Jones begon nu een beetje in zijn element te komen: “We hebben natuurlijk onze agenten nog in het veld die kunnen de boel wel vertragen en wat rookgordijnen opwerpen he. Verder zijn onze geheime diensten zoveel meer ontwikkeld en zullen de “Dutchies” ons nooit durven te beschuldigen in het openbaar.” Dus er is nog genoeg tijd om al het bewijs te vernietigen etc”
De president knikte instemmend: “All those european nations are old and rusty”.
“Maar zoals u wel zult begrijpen” zei Jones nadenkt, die weer een kansje rook om zijn invloed uit te breiden “We zullen wel ons budget verruimt moeten hebben.”
De President zei: ‘Geen probleem.’
Er is echter nog wel één probleempje ene minister genaamd “petra” zij heeft informatie over ………..
'Meneer de president?' vroeg Michael. De president vroeg hem 'Hoe snel kunnen wij onze handen aftrekken van het Europese leidingnet?'.
Michael wierp een blik opzij naar Jones, die nerveus wegkeek en op zijn voeten op en neer aan het wippen was. 'Onze handen zitten er niet aan, meneer de president. Het Central Europe Pipeline System word beheerd door de NAVO.' zei Steele.
'Wie zien het verschil nog tussen de NAVO en ons?' vroeg de president.
'De andere NAVO lidstaten.' Antwoordde Steele. Hij moest er zelf om glimlachen.
'Alleen formeel.' verzuchtte de president.
'We hebben een leidende rol.' beaamde Steele.
'Understatement.' gromde de president.
De president kwam overeind, en wreef bedachtzaam met een hand langs de rand van zijn bureau. De ´Resolute Desk´ heette dat bureau. Het was vernoemd naar een Brits schip, dat in het noordelijk poolgebied vast kwam te zitten, en werd verlaten. Een schip dat lange tijd later in de buurt van een piepklein Canadees eilandje werd teruggevonden. Het had zolang verlaten rondgedobberd, dat niets dan het gezouten vlees uit de voorraden nog eetbaar was, en dat, toen men een deel van het zeil naar de topmast wilde hijsen, het doek verpulverde, en de vlokken stof als droog kaf werden wegeblazen. Maar men redde wat er te redden was, en het Britse scheepmakershout was nog te redden. Van dat hout had de Britse koningin onder meer dit bureau laten maken. Het werd geschonken aan de toenmalige president Hayes.
Van president Hayes kon de huidige president zich alleen herinneren dat hij exact om 12 uur ´s middags was overleden aan een hartaanval. Op zeventien januari 1893. Dat was een merkwaardige, beetje autistische specialiteit van de president. Dat hij van veel historische figuren de sterfdag kende. Vaak met de tijd erbij, en zijn of haar, al of niet apocriefe, laatste woorden.
De president liep vanachter zijn bureau naar de een van hoge ramen achter zijn bureau. Hij tuurde naar buiten. Hij tuurde in het donker.
Michael vroeg Jones om bij de receptie te wachten, en hij ging naast de president staan. De president boog zich naar Steele, en fluisterde hem in het oor. 'Serieus Michael. Ieder spoor moet gewist.' Michael voelde het bloed naar zijn hoofd stromen, en hapte naar adem. Hij begreep nu eindelijk waarom de president de vraag over het leidingnet had opgeworpen. 'De dolfijn..?' mompelde Steele, en hij keek opzij naar de president. En plotseling zag Steele de fragiliteit van deze president. Die machtige man, die oude vriend van hem, die onoverwinnelijke politicus die oorlogswapens kon smeden in de hitte van zijn woorden, en broeder tegen broeder kon opzetten met zijn retoriek, die zag er nu uit als een gebroken man. Steele voelde het bloed dat zojuist naar zijn hoofd was gestegen in sneltreinvaart weer wegtrekken. -Hij zit verstrikt in een net dat hij zelf heeft uitgeworpen- schoot er door hem heen.
De president knikte langzaam. 'De dolfijn was vrijgelaten, en is inmiddels op weg naar huis.' fluisterde hij, en hij wees naar de ruimte van de receptie. Zijn stem trilde van ingehouden woede. 'En als ik dat stuk lopende incompetentie van een Jones moet geloven, heeft de dolfijn een spoor van vernieling achter gelaten.' Steele knikte begrijpend, en fluisterde '..en ieder spoor bied mogelijk aanknopingspunten....' De president liep terug naar zijn bureau. 'Correct.' zei hij, 'en dat is in dit geval onacceptabel.'
Steele knikte opnieuw. Hij zei het enige wat hij op zo´n moment kon zeggen. 'Geen zorgen, meneer de president. Ik zorg er voor dat het goed komt.' De president had zijn blik weer op de duisternis gericht. 'Goed.' zei de president. 'De departementen van Staat en van Binnenlandse Veiligheid staan tot je beschikking.'
Steele wreef met zijn hand door zijn stugge haar. Zijn vrouw had hem er die ochtend subtiel op attent gemaakt dat zijn zwarte kroeshaar grijs begon te kleuren bij zijn slapen. Hij zou haar weer moeten bellen. -Ze zal weer alleen slapen vannacht.-
'Dank u wel, meneer de president.' zei hij, en hij draaide zich om.
Hij liep naar de receptie, vroeg Jones om te blijven wachten, en begon met de hulp van zijn secretaresse zijn hulptroepen op te trommelen.